Bank moet hoge beëindigingsvergoeding van € 450.000 betalen

Volgens de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen mag een Nederlandse financiële instelling per 7 februari 2015 geen vertrekvergoedingen meer toekennen die hoger zijn dan een jaarsalaris. Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 oktober 2015 echter bepaald dat een beëindigingsvergoeding van € 450.000,00 aan een werknemer moet worden betaald, veel hoger dan toegestaan.

Vaststellingsovereenkomst
Werknemer was bij Rabobank in dienst als statutair directeur. Eind 2014 werd de samenwerking beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst, gedateerd op 14 januari 2015. Daarin werd de werknemer een beëindigingsvergoeding toegekend van € 450.000,00, te betalen op 1 augustus 2015.

Vertrekregeling
Na het sluiten van deze overeenkomst trad met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen in werking. Deze wet bepaalt o.a. dat vertrekregelingen worden gemaximeerd op een bruto vast jaarsalaris, veel meer dan de afgesproken € 450.000,00. Van de € 450.000,00 wilde Rabobank slechts het jaarsalaris van € 163.555,32 voldoen.

Kort geding
De werknemer vorderde in kort geding betaling van € 450.000,00, danwel herstel van de dienstbetrekking tot (tenminste) 21 maanden.

Sancties
Rabobank voerde o.a. aan dat als zij tot betaling zal overgaan, zij te maken zal krijgen met door de DNB op te leggen sancties en maatregelen en dat zij, zodra zij bekend werd met de nietigheid van de bedongen beëindigingsvergoeding, direct de werknemer hierover heeft geïnformeerd.

Rechtszekerheidsbeginsel
De voorzieningenrechter stelde voorop dat partijen er gezamenlijk van uit gingen dat de overeengekomen beëindigingsvergoeding niet strijdig was met de wet, maar als gevolg van de latere inwerkingtreding van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen wel met artikel 1:125 Wft.

Dat is een dwingende wetsbepaling. Zo’n artikel kan alleen buiten toepassing blijven als het artikel in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en/of de terugwerkende kracht van dit artikel in dit geval in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

Eigendom
Volgens de rechter heeft iedereen recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Onder eigendom valt ook het recht op uitkering van een geldsom. Een inmenging door de overheid is aan regels gebonden. Omdat het wetgevingsproces van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen was vertraagd en pas op 7 februari 2015 met terugwerkende kracht in werking is getreden, was een in het wetsvoorstel opgenomen overgangsregeling niet aangepast.

Dat vond de rechter een ongewenst scenario. Om die reden moest het het huidige artikel 1:125 Wet financieel toezicht in dit geval buiten toepassing blijven. Dat Rabobank mogelijkerwijs te maken krijgt met door de DNB op te leggen sancties en maatregelen komt voor risico van Rabobank.

Rabobank werd veroordeeld om de € 450.000,00 te voldoen.

mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.
mr. Paul Snijders
mr. Paul Snijders

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE