Einde formele ontbinding arbeidsovereenkomst?

Het is mogelijk om de kantonrechter te vragen een arbeidsovereenkomst ‘formeel’ te ontbinden. Dat kan als de werkgever en de werknemer het er samen al over eens zijn dat de werknemer vertrekt. De werkgever dient dan een van te voren afgesproken verzoek in, en de werknemer verzet zich er niet tegen. De Kantonrechter doet dan een uitspraak zoals de werkgever dat heeft verzocht. Dit is vooral bedoeld om de kansen op een WW-uitkering zo groot mogelijk te maken. Ook ligt dan de einddatum en de te betalen vergoeding in een rechterlijke uitspraak vast. Sinds de wetswijzigingen per 1 juli 2015 is de kantonrechter echter bij elk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, dus ook een ‘formeel’ verzoek, gebonden aan de wettelijke termijn waarop hij de arbeidsovereenkomst ontbindt en de hoogte van de vergoeding die hij aan de werknemer mag toekennen. Daarmee lijkt het einde van de formele ontbinding, waarbij partijen zelf de einddatum en vergoeding bepalen, in zicht.

Beschikking
Rechtbank Overijssel heeft op 30 juli 2015 bepaald dat er niet zomaar een ontslagbeschikking meer wordt afgegeven als werknemer en werkgever het over de voorwaarden om uit elkaar te gaan (met name einddatum en vergoeding) eens zijn.

Leerkracht basisonderwijs
Het betrof een werknemer die voor onbepaalde tijd in dienst was als leerkracht basisonderwijs. De werkgever en werknemer hadden de rechtbank samen gevraagd om de arbeidsovereenkomst ‘formeel’ te ontbinden per 1 januari 2016 en een vergoeding toe te kennen van € 23.000,00 bruto.

Mondelinge behandeling
Partijen hadden om die reden laten weten van mondelinge behandeling af te willen zien. De Kantonrechter bepaalde toch een mondelinge behandeling. Toen partijen daarvan uitstel vroegen, zonder dat er voldoende ‘vrije dagdelen’ overbleven, heeft de kantonrechter de zaak schriftelijk afgedaan.

Ontbindingstermijn
Volgens de Kantonrechter was het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden met als datum 1 januari 2016 niet mogelijk: volgens artikel 7:671b lid 8 BW moet de kantonrechter (sinds 1 juli 2015) de ontbinding immers uitspreken ‘met inachtneming van de opzegtermijn onder aftrek van, kort gezegd, de behandelduur van de ontbindingsprocedure tegen het einde van de maand’, aldus de kantonrechter.

Parlementaire geschiedenis
De kantonrechter overwoog dat de wettekst ‘de kantonrechter bepaalt’ weinig ruimte laat voor een afwijkende ontbindingstermijn. Omdat de opzegtermijn drie maanden is, zou ontbinding niet eerder mogen plaatsvinden dan per 31 oktober 2015. Daar moet dan 2 weken behandelingsduur op in mindering worden gebracht. Dat leidt tot 16 oktober 2015, en omdat ingevolge artikel 7:671b lid 8 BW ontbonden moet worden tegen het einde van de maand, komt de kantonrechter op 31 oktober 2015 als ontbindingsdatum.

Wettelijk systeem
Omdat partijen gezamenlijk om ontbinding per 1 januari 2016 hadden gevraagd, oordeelde de kantonrechter dat een door hen gewenste datum, die afwijkt van het systeem, gezien de parlementaire geschiedenis niet is toegestaan. Bovendien blijkt uit de parlementaire geschiedenis dat de wetgever geen voorstander is van pro-forma procedures vanwege de onnodige belasting van de rechterlijke macht. Dat kan eenvoudig worden opgelost door een vaststellingsovereenkomst:

‘Als partijen het eens zijn over ontslag kan de arbeidsovereenkomst, zonder tussenkomst van de rechter, met wederzijds goedvinden worden beëindigd’.

De Kantonrechter oordeelde: ‘Het verzoek lijkt derhalve te moeten worden afgewezen. De kantonrechter zal evenwel een mondelinge behandeling plannen om dit met partijen te bespreken’.

Vergoeding
Verder overwoog de Kantonrechter dat ook de aangeboden vergoeding niet kan worden toegewezen:

‘Partijen zijn het er ook over eens dat de werknemer op grond van het Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding geen aanspraak heeft op een transitievergoeding. Partijen verzoeken evenwel in geval van ontbinding te bepalen dat werkgever aan werknemer een tussen hen overeengekomen beëindigingsvergoeding van € 23.000,00 dient te betalen’.

De kantonrechter merkte op dat hij slechts twee soorten vergoedingen toe mag kennen, de transitievergoeding of de billijke vergoeding. Een transitievergoeding was niet verzocht. Een billijke vergoeding aan een werknemer is alleen mogelijk voor een geval waarin sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Nu daar geen sprake van is, zou ook dit deel van het verzoek moeten worden afgewezen.

De Kantonrechter stelde een zitting vast om deze problemen te bespreken. Waarschijnlijk zal het er op neer komen dat partijen alsnog een vaststellingsovereenkomst zullen moeten sluiten ofwel dat het ontbindingsverzoek/verweer moet worden aangepast aan de regels zoals die gelden per 1 juli 2015. In ieder geval lijkt het einde van de formele ontbindingspraktijk, die sinds het accepteren door het UWV van de vaststellingsovereenkomst al nauwelijks meer voorkomt, nabij.

Briefpapier drukken
mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.
mr. Paul Snijders
mr. Paul Snijders

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE