Google’s ‘wraakpornoverwijderformulier’ doet (nog) niet wat het moet

Wraakporno is helaas in opkomst. Alles wat eens met de smartphone is verstuurd, kan een keer keihard terugkomen. Vooral als de naam van een slachtoffer in de zoekmachine van google wordt ingetypt kan dat een probleem worden. Google onderkende dit en kondigde 19 juni jl. aan dat zij voortaan wraakporno uit de zoekresultaten zou gaan verwijderen. ‘’Going forward, we’ll honor requests from people to remove nude or sexually explicit images shared without their consent from Google Search results’’. Naast ‘het recht om vergeten te worden’ biedt Google met dit nieuwe formulier een specifieke optie voor het verwijderen van wraakporno. Er werd dan ook veel en enthousiast gereageerd op Google’s statement.

Het ‘verwijder wraakporno’ formulier stelt echter strikte eisen waardoor Google hiermee geen oplossing biedt voor de problematiek.

Citeria
De eerste twee criteria zijn dat de wraakporno op een “pornografische site” moet staan die bovendien “een volledige naam of een bedrijfsnaam bevat’’.

  • Pornografische Website

Er zijn echte verschillende mogelijkheden waarbij wraakporno niet via een ‘pornografische’ website verspreid wordt. Denk bijvoorbeeld aan Torrent-websites en recentelijk nog, Facebook. Wraakporno is onrechtmatig, ongeacht op wat voor een site het staat.

  • Volledige naam

Om een website via het formulier verwijderd te krijgen dient de volledige naam van het wraakporno-slachtoffer gepubliceerd te zijn op de betreffende pagina. Deze eis werpt ten onrechte een extra drempel op, in het nadeel van het slachtoffer. Ook als bijvoorbeeld “slechts” de bijnaam, initialen, of enkel voor- of achternaam van het slachtoffer op de website staat, kunnen de zoekresultaten in combinatie met de beelden aan het slachtoffer worden gekoppeld. Een bekend voorbeeld van vindbaarheid zonder gebruik van de (volledige naam) is de zoekopdracht “miserable failure” die eind 2006 de Wikipedia pagina van George Bush toonde.

Het derde criterium dat Google hanteert, is dat de pagina in strijd met de Google-kwaliteitsrichtlijnen voor webmasters moet zijn (terwijl een deel van de websites met wraakporno voldoet aan deze richtlijnen). Een lastige opgave voor menig webmaster, een onmogelijke opgave voor een leek. Echter, zonder de vraag met ‘’ja’’ te beantwoorden kan het formulier niet worden ingestuurd.

Dit vereiste is bovendien irrelevant voor de vraag of de publicatie van de wraakporno onrechtmatig is of niet. De logica om dit te koppelen aan het wraakporno verzoek ontbreekt.

Afhandeling
De afhandeling van Google werkt nog erg traag en onduidelijk. Uit de praktijk blijkt dat een antwoord op verzoek op om wraakporno te verwijderen via het nieuwe formulier zeer lang op zich laat wachten.

Na het insturen van het wraakpornoformulier verschijnt een ontvangstbevestiging op het beeldscherm:

“Hartelijk dank dat u contact met ons heeft opgenomen. We nemen alleen weer contact met u op als we meer informatie nodig hebben of als we extra informatie voor u hebben.”

Geen termijn. Geen bevestiging per e-mail en ook geen zaaknummer.

Mocht een slachtoffer er ondanks bovenstaande drempels toch in slagen enkele (of honderden) pagina’s uit de zoekresultaten te laten verwijderen, daarmee is het probleem allerminst opgelost. Door de manier waarop pornografische websites werken, wordt de naam van het slachtoffer (vaak in de “aanbevelingen” aan de zij- of onderkant van de pagina) op een groot aantal, steeds wisselende pagina’s op dezelfde website getoond. Door de constante roulatie van deze aanbevelingen (vaak miniaturen van een screencap) zal Google deze tijdens haar bezoeken (crawlen) onvermijdelijk ook tegenkomen. Hierdoor zal het slachtoffer een theoretisch haast oneindig aantal pagina’s moeten indienen voor verwijdering. Steeds wanneer Google een of meerdere pagina’s verwijdert komen er weer andere pagina’s van hetzelfde domein in de zoekresultaten; dweilen met de kraan open Daarnaast worden de video’s automatisch steeds weer naar nieuwe websites verplaatst en op de reeds verwijderde websites op een nieuwe pagina geüpload.

Andere oplossingen
Een van de oplossingen is om Google via de rechter te dwingen wraakporno op eerste verzoek te verwijderen, ongeacht de vraag of voldaan is aan de criteria. Een slachtoffer van wraakporno zal echter genoeg redenen hebben (financieel, schaamte) om niet te gaan procederen tegen de technologiemoloch uit Mountain View, Californië. Ook de beheerders van de websites zelf kunnen worden aangesproken. Hiermee wordt echter weinig resultaat geboekt; de wraakporno verschijnt snel op andere websites.

Een andere weg is het invullen van het vergeetformulier welke Google naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak tegen Google Spain heeft gewezen (HvJEU 13 mei 2014, C-131/12). Het vergeetformulier is bedoeld voor informatie die “irrelevant, verouderd of anderszins bezwaarlijk” is. Hoewel ook bij dit proces de nodige kanttekeningen zijn te plaatsen, wordt in de praktijk met dit algemene vergeetformulier sneller resultaat geboekt dan met het specifieke wraakporno formulier. Daarnaast ontvangt de verzoeker ten minste een bevestigingse-mail, een zaaknummer en een kopie van het ingevulde formulier. Naar aanleiding van het verzoek worden URL’s verwijderd, afgeschermd of wordt het verzoek afgewezen.

Het is hoe dan ook verstandig om ook reputatiemanagement technieken te gebruiken, zodat de negatieve websites minder prominent getoond worden. Zoekmachine reputatiemanagement zorgt er door gebruik van profielen op door Google gewaardeerde websites, en nieuwe content op diverse webpagina’s, voor dat de wraakporno steeds verder uit beeld wordt verdrongen in de zoekresultaten.

Het is de taak van Google om te zorgen dat het systeem van verwijderverzoeken van wraakporno net zo efficiënt gaat werken als bij het auteursrecht. Dat soort verzoeken worden veel en snel behandeld. Daarnaast dient Google minder strenge regels te hanteren en grotere delen (ie. domeinen, niet pagina’s) van het web af te schermen voor zoekopdrachten naar de namen van wraakporno slachtoffers.

Deze blog is een gastbijdrage van Willem van Lynden, online reputatiespecialist bij MediaMaze en mr. Fulco Blokhuis, mediarecht Advocaat bij Boekx Advocaten

Een samenvatting van dit artikel werd 6 oktober 2015 gepubliceerd in NRC Handelsblad.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE