Hoe houdt u opheffingsuitverkoop in overleg met de bank?

Een groot deel van het MKB wordt (nog steeds) gefinancierd door een bank. Daarvan is een flink gedeelte in de ogen van de bank zelf niet meer bancair financierbaar, ondanks dat het economisch herstel inmiddels is ingetreden. Vooral veel winkeliers hebben het nog steeds moeilijk. Wanneer de bank besluit om het krediet op te zeggen of af te bouwen, hebben veel winkeliers geen andere keuze dan ‘de opheffingsuitverkoop’. Vaak wordt er daarbij naar gestreefd om een openbare executieverkoop te voorkomen en de voorraden en bedrijfsmiddelen door de ondernemer zelf te laten verkopen.

Wie krijgt de opbrengst van de opheffingsuitverkoop?
Bij middenstanders komt het veelvuldig voor dat de voorraad aan de bank is verpand, maar handelsvorderingen niet; om de eenvoudige reden dat veel winkeliers direct worden betaald en er (dus) geen handelsvorderingen zijn. Wat nu als de bank weet dat een faillissement – na de opheffingsuitverkoop – onvermijdelijk is en er komen (pin)betalingen binnen op de bankrekening met een debetstand? Normaal gesproken zou de bank die in het faillissement aan de curator moeten afdragen. In een geval waarbij de curator dit eiste, beriep de bank zich erop dat sprake was van een executieverkoop in overleg met de kredietnemer. Onder omstandigheden kunnen de bank en haar klant, de ondernemer, afspreken dat Opheffingsuitverkoopzekerheden niet door de bank worden geveild, maar door de klant zelf worden verkocht ten behoeve van de bank. In dit geval werd de bank – ondanks dat een dergelijke afspraak niet uitdrukkelijk was gemaakt – in dit standpunt gevolgd en mocht de bank de opbrengst van de uitverkoop behouden. Om dit soort procedure te vermijden, verdient het – zowel voor de ondernemer als de bank – de voorkeur om de afspraken hierover duidelijk van te voren vast te leggen.

Aandachtspunten bij opheffingsuitverkoop
Door recente wetswijzigingen komen er soms ook meer formaliteiten bij een dergelijke afspraak kijken. Ik schets u een aantal aandachtspunten:

Als het gaat om de verkoop van zogenaamde bodemzaken (waaronder grofweg mogen worden begrepen: machines en inventaris), moet de uitwinning vaak worden gemeld aan de belastingdienst.
Bij onderhandse executieverkoop van voorraden aan zakelijke kopers dient de omzetbelasting te worden verlegd (om te voorkomen dat de bank zich ook op deze omzetbelasting kan verhalen).

Mr. drs. Martijn Hoving is sinds 1998 werkzaam voor RWV Advocaten en sinds enige jaren lid van de maatschap. Hij is werkzaam in de Secties Ondernemingsrecht en Insolventierecht. In de Sectie Ondernemingsrecht richt hij zich met name op het adviseren omtrent diverse samenwerkingsvormen (fusies, overnames, joint ventures, distributie, agentuur, etc.) en het bemiddelen en procederen bij geschillen op dit gebied. In de Sectie Insolventierecht treedt hij op als curator en bewindvoerder en adviseert en procedeert hij onder meer op het gebied van zekerheidsrechten en bestuurdersaansprakelijkheid.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE