Loonsverlaging bij V&D: wordt het ‘ja’ of ‘nee’?

Op woensdag 11 februari 2015 trakteerde V&D haar klanten op taart om haar redding te vieren. Blij meldde V&D in haar advertentie in De Telegraaf ‘V&D blijft gewoon open’, ‘Op naar de volgende 127 jaar’. De aandeelhouder (private equity firma Sun Capital), de banken en de eigenaren van de winkelpanden steken in totaal 130 miljoen euro in V&D, zodat het warenhuisconcern weer even vooruit kan.

Loonsverlaging
De jubelstemming is echter niet onder iedereen even groot. V&D heeft namelijk eenzijdig besloten de lonen van alle werknemers per 1 februari 2015 met 5,8% verlagen. Vakbonden FNV Handel en CNV protesteren hevig en hebben V&D in kort geding gedagvaard. De afgelopen weken heeft er overleg plaatsgevonden, maar V&D bleek uitsluitend bereid het loonoffer gefaseerd in te voeren (per 1 februari 2015 3% en vanaf 1 februari 2016 2,8%). Verder weigerde V&D een garantie in de vorm van een baangarantie te geven. Een ludieke valentijnsactie van de vakbonden ‘Heb hart voor de werknemers van V&D’, wist partijen ook niet nader tot elkaar te brengen. De zitting vond gister, 16 februari 2015, plaats.

Kan dat?
De centrale vraag hierbij is: kan zo’n salarisverlaging worden doorgevoerd?

Vrijwillig, met instemming van de werknemer
Bij V&D geldt op dit moment geen (minimum) CAO meer. Daarom mag V&D elke individuele werknemer vragen om in te stemmen met een salarisverlaging. Het staat de werknemer vrij om zo’n voorstel af te wijzen. V&D heeft de werknemers geen voorstel gedaan, maar heeft het loonoffer per 1 februari 2015 al als een feit gepresenteerd. Deze houding is nogal hooghartig, want net als voor de huurovereenkomst geldt ook voor de arbeidsovereenkomst in beginsel ‘contract is contract’, dus tijdige betaling van het overeengekomen loon.

Eenzijdig, zonder instemming van de werknemer
Uit de rechtspraak blijkt dat een arbeidsvoorwaarde zelden eenzijdig ten nadele van de werknemer kan worden gewijzigd. Dat geldt al helemaal als het om primaire arbeidsvoorwaarden, zoals loon, gaat. Zo’n wijziging kan alleen als laatste redmiddel worden toegepast.

Samengevat heeft de Hoge Raad in 2008 in het arrest Stoof/Mammoet vooropgesteld dat bij het ontbreken van een wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst de werknemer in beginsel niet gehouden is om voorstellen van de werkgever tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden te accepteren. Het is mij niet bekend of in de arbeidsovereenkomsten van de werknemers van V&D een wijzigingsbeding is overeengekomen, maar zelfs als dat zo is, dan zal er ook een zwaarwichtige reden moeten bestaan en zal het zwaarwichtige belang moeten prevaleren boven het belang van de werknemer.

Bij afwezigheid van zo’n beding zal de kantonrechter in de eerste plaats (1) moeten beoordelen of de huidige financiële situatie van V&D kan worden gekwalificeerd als een zwaarwegende reden. Gezien de jarenlange verliezen en de recente liquiditeitsproblemen zal de kantonrechter vermoedelijk in kort geding wel aannemelijk achten dat V&D in zwaar weer verkeert. De vraag is alleen of de gewenste structurele salarisverlaging veel gewicht in de schaal zal leggen. Bovendien is de situatie – anders dan begin februari – door de kapitaalinjecties niet meer zo nijpend, nu V&D niet meer op het randje van faillissement balanceert en zelfs stelt dat de 130 miljoen euro genoeg is om de komende twee jaar door te kunnen.

Mocht de kantonrechter desondanks oordelen dat er sprake is van een zwaarwegende reden, dan zal er vervolgens (2) moeten worden beoordeeld of het voorstel (lees: dictaat) van V&D redelijk is en (3) of aanvaarding daarvan in het licht van de omstandigheden van de werknemers kan worden gevraagd. Alleen als de drie hordes zijn genomen, zal een beroep op de eenzijdige salariswijziging slagen.

Conclusie: ja of nee?
Gelet op de rechtspraak verwacht ik dat de kantonrechter de financiële situatie van V&D niet meer zodanig ernstig acht dat van de werknemers kan worden gevergd dat zij meewerken aan deze structurele loonsverlaging. Er is evenmin een (redelijk) voorstel gedaan. V&D heeft de eenzijdige salarisverlaging opgelegd en zij heeft dit pas vorige maand aan haar werknemers gecommuniceerd. Verder verwacht ik dat de kantonrechter het loonoffer niet redelijk zal vinden en dit niet van de werknemers kan worden gevergd, nu het om een structurele salarisverlaging gaat, waarbij V&D niet bereid is gebleken om garanties in de vorm van behoud van werkgelegenheid of anderszins te verstrekken. V&D heeft niet netjes gehandeld en mijn verwachting is dan ook dat V&D op weinig sympathie van de kantonrechter kan rekenen. Mocht V&D na doorvoering van het loonoffer toch nog omvallen dan verliezen de werknemers alsnog hun baan, waarbij hun WW-uitkering zal worden berekend op het lagere salaris. Waarschijnlijk zal de rechter dit niet aandurven. En gaat de rechter hiertoe wel over, dan zal hij het in deze jaren van minder economisch tij nog druk krijgen.

Mr. Maartje Briedé is sinds 2002 advocaat. Vanaf 2008 is zij als medewerker verbonden aan de sectie arbeidsrecht- en medezeggenschapsrecht van Höcker Advocaten. Maartje heeft een ruime ervaring op het gebied van arbeidsrecht. Zij adviseert en procedeert voor zowel werkgevers als voor werknemers over zeer uiteenlopende zaken zoals ontslagzaken, arbeidsongeschiktheid, reorganisaties en arbeidsvoorwaardenregelingen. Hoewel zij alle soorten arbeidszaken behandelt, heeft de arbeidsongeschikte werknemer haar speciale aandacht. Zij geeft hierover ook cursussen aan cliënten en aan een juridische onderwijsinstelling.

Briefpapier drukken

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE