Redt een wereldwijd non-concurrentiebeding het?

Een werkgever kan groot belang hebben bij het nakomen van het non-concurrentiebeding. Bijvoorbeeld als een werknemer uit hoofde van zijn functie toegang heeft tot concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie. Als een werknemer onder het beding uit wil komen, kan de rechter op verzoek van de werknemer het concurrentiebeding vernietigen of deels matigen. De rechter maakt daarbij een belangenafweging. Wat doet de rechter als een non-concurrentiebeding beding erg ruim is geformuleerd? Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hier op 19 mei 2015 een uitspraak over gedaan.

Non-concurrentiebeding
Werknemer was als junior accountmanager in dienst voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst was een non-concurrentiebeding opgenomen met het verbod om gedurende twee jaar na het einde van het dienstverband bij een concurrerende onderneming werkzaam te zijn. Dat verbod gold wereldwijd.

Op 1 december 2014 zegde de werknemer op. Toen de werkgever het non-concurrentiebeding niet wilde opheffen, vorderde de werknemer bij dagvaarding in kort geding schorsing c.q. matiging van het non-concurrentiebeding.

Ruim
De kantonrechter overwoog dat het non-concurrentiebeding opmerkelijk ruim is geformuleerd, door de lange geldigheidsduur en de wereldwijde werking. Ook meende de kantonrechter dat de persoonlijke situatie van de werknemer, ook door betere doorgroeimogelijkheden, bij indiensttreding bij de concurrent zal verbeteren.

Om die reden heeft de kantonrechter de persoonlijke belangen van werknemer afgewogen tegen de bedrijfsbelangen van de werkgever. De kantonrechter beperkte het non-concurrentiebeding tot zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

Hoger beroep
De werkgever ging hier tegen in hoger beroep maar had geen succes. Het Hof vond dat werkgevers werknemers ook op een andere manier aan zich kunnen binden dan door alleen een non-concurrentiebeding: door goede arbeidsvoorwaarden te bieden, en tegen concurrenten op te treden als sprake zou zijn van oneerlijke concurrentie. Het nadeel van de werkgever dat hij een nieuwe kracht aan moest trekken en inwerken, is volgens het Hof op zichzelf geen deugdelijke grond voor handhaving van een non-concurrentiebeding. Het beperkte verbod van 6 maanden bleef gehandhaafd.

mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.
mr. Paul Snijders
mr. Paul Snijders

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE