Ruime opvatting belanghebbendenbegrip bij evenementenvergunning Haaksbergen

Op 28 oktober 2015 heeft de rechtbank Overijssel een drietal uitspraken gedaan inzake de evenementenvergunning voor het evenement ‘Auto- en motorsportief’ dat op 28 september 2014 plaatsvond in de gemeente Haaksbergen. Het is u allen bekend hoe dramatisch die dag is verlopen. Het ongeluk met de monstertruck betekende drie doden en 28 gewonden. De rechtbank Overijssel heeft een vernietigend oordeel geveld over de door de burgemeester verleende evenementenvergunning. Naast dit (naar mijn mening) terechte oordeel heeft de rechtbank een interessante uitspraak gedaan over het belanghebbendenbegrip.

De organisator van het evenement heeft twaalf (!) dagen voor aanvang van het evenement een aanvraag om evenementenvergunning ingediend. Tegen de acht dagen later verleende evenementenvergunning hebben naast de organisator van het evenement (ECLI:NL:RBOVE:2015:4793), enkele nabestaanden van de slachtoffers van het ongeluk (ECLI:NL:RBOVE:2015:4792) en enkele slachtoffers zelf (ECLI:NL:RBOVE:2015:4794) bezwaar gemaakt. In de beslissing op bezwaar zijn de nabestaanden en slachtoffers niet-ontvankelijk verklaard, is het bezwaar van de overige bezwaarmakers (grotendeels) ongegrond verklaard en is de evenementenvergunning in stand is gelaten.

Voordat de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke behandeling, heeft ze ten aanzien van voorgenoemde eisers eerst een procedurele hobbel te nemen. Het is namelijk de vraag in hoeverre de betreffende nabestaanden en slachtoffers belanghebbenden zijn bij het primaire besluit, de evenementenvergunning. Artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat degene wiens belang rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken als belanghebbende kan worden aangemerkt. Hierbij dient een persoon zich in voldoende mate van anderen te onderscheiden en dient zijn belang rechtstreeks bij het bestreden besluit te zijn betrokken. Kortom, alleen indien een eiser belanghebbende is, kan worden toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaar of beroep.

Op het moment van het primaire besluit (de evenementenvergunning) was er volgens de rechtbank geen sprake van belanghebbendheid bij de nabestaanden en slachtoffers. Deze eisers onderscheidden zich immers op dat moment niet van de andere inwoners van Haaksbergen en ook de groep van bezoekers van het evenement was te groot en te onbepaald om op grond hiervan als belanghebbende te worden aangemerkt.

De rechtbank ziet zich dus voor de vraag gesteld of de betreffende eisers ten gevolge van het ongeval, en dus na het primaire besluit, belanghebbenden zijn geworden. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Artikel 1:2 van de Awb staat er volgens de rechtbank niet aan in de weg dat belanghebbendheid ná het primaire besluit, maar binnen de bezwaartermijn van zes weken, kan ontstaan. Het gegeven dat enkele eisers letsel hebben opgelopen als gevolg van het ongeluk is echter onvoldoende voor het oordeel dat hun belang rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. Dit letsel is namelijk niet rechtstreeks het gevolg van de verlening van de evenementenvergunning.

Toch formuleert de rechtbank een escape. In dit specifieke geval is volgens de rechtbank sprake van (zeer) bijzondere omstandigheden waardoor de rechtbank gehouden is alle eisers in hun beroep te ontvangen. Aan dit oordeel legt de rechtbank ten grondslag dat meerdere slachtoffers ernstig letsel hebben opgelopen waardoor hun fundamentele recht op leven en onaantastbaarheid van het lichaam in het geding is. Het belang van de veiligheid van de bezoekers van het evenement vereist volgens de rechtbank dat de bestuursrechter op effectieve wijze moet kunnen toetsen of de burgemeester voldoende rekening heeft gehouden met de veiligheid van bezoekers bij het verlenen van de evenementenvergunning. Een oordeel van de bestuursrechter over welke belangen en rechten een burgemeester bij de verlening van een evenementenvergunning dient af te wegen is volgens de rechtbank niet alleen voor de burgemeester van Haaksbergen, maar ook voor andere burgemeesters van belang. Een te strikte toepassing van het belanghebbendenbegrip zou volgens de rechtbank tot gevolg hebben dat het belang van de veiligheid van de bezoekers niet in een bestuursrechtelijke geschil aan de orde zou kunnen komen, terwijl het toetsen van evenementenvergunningen bij uitstek is voorbehouden aan de bestuursrechter.

 

De rechtbank verwijst bij dit oordeel naar de uitspraak inzake de evenementenvergunning voor de Sinterklaasoptocht in Amsterdam. Ook in deze zaak werd een ruim belanghebbendenbegrip gehanteerd omdat de zaak volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een “zaaksoverstijgend maatschappelijk en juridisch belang heeft, waaronder het belang van eenduidige toepassing van wet- en regelgeving door bestuur en rechter.”. De beantwoording van de kernvraag in dit geschil, namelijk welke belangen en rechten de burgemeester bij de verlening van een evenementenvergunning in het kader van de openbare orde mag betrekken, was volgens de Afdeling ook relevant voor burgemeesters van andere gemeenten. Bovendien hadden alle betrokken partijen aangegeven een inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter te wensen.

Deze uitspraken wijzen uit dat onder bijzondere en uitzonderlijke gevallen het belanghebbendenbegrip door de bestuursrechter ruim wordt uitgelegd.

Dit artikel is geschreven door Merel Brinkman. Merel Brinkman is bestuursrecht jurist bij Catch Legal in Amsterdam.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE