Staat ook in hoger beroep in gelijk gesteld in zaak van levenslang gedetineerden

De Nederlandse Staat hoeft de beslissing om gevangenis Norgerhaven per 1 september a.s. aan de Noorse autoriteiten ter beschikking te stellen niet terug te draaien. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag in hoger beroep bepaald.

Voor het gerechtshof Den Haag is een kort geding gevoerd. Dit kort geding was aangespannen door 6 gedetineerden. 4 van hen zijn levenslang gestraft en de 2 anderen hebben een gevangenisstraf van meer dan 10 jaar opgelegd gekregen. Zij zaten gezamenlijk op afdeling K van gevangenis Norgerhaven, een afdeling bestemd voor (levens)lang gestraften. Deze afdeling was een uitvloeisel van in 2012 ingezet beleid. Dat beleid houdt in dat levenslang gestraften die dat niet willen, niet samen met kort gestraften op 1 afdeling worden geplaatst. Daarnaast wordt het leefklimaat aangepast aan het langdurige verblijf.

In de loop van 2014 en 2015 hebben Noorwegen en Nederland met elkaar overleg gevoerd over de terbeschikkingstelling van Nederlandse detentiecapaciteit voor de huisvesting van 242 gedetineerden uit Noorwegen. De Noren hebben gekozen voor Norgerhaven. Het wetsvoorstel om dit mogelijk te maken is in maart 2015 goedgekeurd door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer.

De 6 mannen, die inmiddels allemaal zijn overgeplaatst naar een andere gevangenis, eisen dat het Nederland wordt verboden om Norgerhaven aan de Noren ter beschikking te stellen. Zij willen terug naar afdeling K of in elk geval samen op een soortgelijke afdeling worden geplaatst met dezelfde faciliteiten, regiemskenmerken en gespecialiseerd personeel.

Voor zover de 6 mannen gezamenlijk op een bepaalde afdeling geplaatst willen worden, is hun vordering volgens het hof niet-ontvankelijk. Ten aanzien van elk van hen is al een overplaatsingsbeslissing genomen en tegen zo’n beslissing staat na bezwaar beroep open bij een speciale commissie van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Zij kunnen hiervoor niet bij de burgerlijke rechter terecht.

Wat betreft de beslissing van de Staat om Norgerhaven aan de Noren ter beschikking te stellen, geldt dat de Staat een zekere beleidsvrijheid toekomt en dat de rechter zich terughoudend moet opstellen. Naar het oordeel van het hof heeft de Staat niet onrechtmatig gehandeld. Tegenover de belangen van de 6 mannen staat het, gelet op de zeer forse bezuinigingstaakstelling voor de Dienst Justitiële Inrichtingen, zwaarwegende belang van behoud van werkgelegenheid. Door de ter beschikking stelling aan de Noorse autoriteiten is 239 fte DJI-personeel voor de duur van het verdrag gegarandeerd. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat het in 2012 ingezette beleid niet elders is uit te voeren.

De volledige uitspraak is hier na te lezen.

Bron: De Rechtspraak

Redactie

Redactie

Onze redactie houdt je dagelijks op de hoogte van actuele en relevante juridische ontwikkelingen, uitpraken en nieuws.
Redactie
Redactie

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE