Arbeidsrecht: Werknemer en recht op vrije meningsuiting

Een werknemer heeft, net als ieder ander, het recht om voor zijn mening uit te komen. Mag een werkgever, of de bestuurder van de werkgever, een werknemer verbieden om beschuldigingen te uiten in een krant? Advocaat Paul Snijders geeft uitleg over deze kwestie.

Op non actief
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft hier op 11 oktober 2016 een uitspraak over gedaan. De werknemer was in dienst als zorgmanager en vervolgens operationeel directeur in de thuiszorg. In het najaar van 2011 ontstonden problemen in de arbeidsrelatie en werd de werknemer op non-actief gesteld. Vervolgens vroeg de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan.

Ontbinding arbeidsovereenkomst
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer een vergoeding van € 25.000,– ontving.

Linked in
De werknemer had zijn LinkedIn account gekoppeld aan zijn e-mailadres op zijn werk en merkte naderhand dat zijn wachtwoord was gewijzigd. Ook bleek dat op zijn LinkedIn account onder zijn naam het woord “Nonvaleur” geplaatst en “but i was fired due to incompetence at Rinette Zorg”.

Uitlatingen
Deze kwestie leidde tot publiciteit en in een artikel in het Eindhovens Dagblad van 8 februari 2013 werd onder meer opgenomen:

“(…) Een zorgmanager was de manier waarop het bedrijf met hem en het personeel omging beu. Dat leidde tot een conflict, uitmondend in een aantal rechtszaken. De man haalde zijn recht door achterstallige betalingen op te eisen. Ook probeert hij via de rechtbank een directeur vervolgd te krijgen omdat die zijn zakelijke LinkedIn- account ‘aangepast’ zou hebben. “De directeur had toegang tot het hele mailsysteem, las én beantwoordde mails van zijn medewerkers. Aan mijn LinkedIn-account heeft hij toegevoegd dat ik een ‘non-valeur’, een nietsnut, ben.” ”Kortom,, zo verwoordt een van de betrokkenen de situatie bij Rinette Zorg, “geen baas waar je graag voor werkt.(…)”

Onrechtmatig
De directeur van de werkgever vorderde daarop bij de rechtbank een verklaring dat de werknemer onrechtmatig had gehandeld en schadevergoeding van de ex-werknemer omdat hij hierdoor ernstig was aangetast in zijn functie als bestuurder en aandeelhouder. De rechtbank wees de eerste vordering toe maar wees de schadevergoeding af. De directeur ging in hoger beroep bij het gerechtshof.

Belangenafweging
Het hof overwoog dat voor de vraag of de werknemer een onrechtmatige daad jegens de directeur had gepleegd, de belangen van partijen afgewogen moeten worden:

  • enerzijds om het door artikel 8 EVRM beschermde recht van op eerbiediging van privéleven en goede naam,
  • anderzijds het recht (krachtens artikel 10 EVRM) op vrije meningsuiting.

Uitlating relevant
Het hof constateerde dat de directeur in het artikel (slechts) beschuldigd wordt van (het manipuleren van na te melden account door) het toevoegen van het woord “nonvaleur” aan het LinkedIn account van de werknemer, terwijl hij dat niet stellig heeft ontkend. Omdat de directeur:

  • systeembeheerder was,
  • beschikte over het oorspronkelijk (werk) mailadres van de werknemer
  • en als enige binnen het bedrijf in staat was om de wijziging van de informatie op het LinkedIn account van werknemer door te voeren,

had het naar het oordeel van het hof op zijn weg gelegen om zijn ontkenning te motiveren, door op zijn minst een mogelijke verklaring aan te dragen voor de wijze waarop die toevoeging tot stand kan zijn gekomen. Uitgaande van de juistheid van de uitlating van werknemer in het Eindhovens Dagblad leverde dit geen onrechtmatige daad op.

De werknemer probeerde volgens het hof de zorg over de bedrijfsvoering bij die organisatie duidelijk te maken. Aan de onvrede bij het personeel was in diverse perspublicaties aandacht geschonken. Andere personeelsleden hadden ook met de betreffende journalist gesproken over een CAO- conflict en achterstallig salaris. In het kader van het artikel was de uitlating van werknemer relevant.

Dat werknemer bewust de directeur “in een kwaad daglicht” wilde stellen achtte het hof niet aannemelijk. De vorderingen van de directeur werden afgewezen.

Jurisprudentie
Het Hof baseerde zich in deze uitspraak op de jurisprudentie die is ontwikkeld op het gebied van onrechtmatige uitingen. In deze rechtspraak is een aantal omstandigheden bij wijze van voorbeeld genoemd genoemd die bij de afweging een rol (kunnen) spelen, zoals:

  • de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben;
  • de ernst, bezien vanuit het algemeen belang, van de misstand die de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;
  • de mate waarin ten tijde van de publicatie de (negatieve) uitlatingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;
  • de inkleding van de (negatieve) uitlatingen, gezien in verhouding tot de sub a tot en met c genoemde factoren.

Op grond van deze afweging kwam het hof tot het oordeel dat de werknemer terecht zijn uitlating had kunnen doen.

mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.
mr. Paul Snijders
mr. Paul Snijders

Reageer

1 Reactie op "Arbeidsrecht: Werknemer en recht op vrije meningsuiting"

Ontvang alerts
avatar
Sorteer op:   meest recent | minst recent
Marie
Gast

Ongelooflijk dat de werkgever zelf naar de rechtbank stapt. Stel ik heb een cafetaria in Schouwen-Duiveland en ik ontsla mijn werknemer, waarvan ik vervolgens zijn Linkedin gegevens van aanpas, waarna die zijn ontevreden mening over mij uit. Dan zou het niet in mij opkomen om bescherming te zoeken bij het arbeidsrecht.

wpDiscuz
SLUIT
CLOSE