Bestuurder failliete BV niet aansprakelijk voor aangaan overeenkomst

In deze zaak stelt een crediteur een failliete BV bestuurder aansprakelijk, omdat de bestuurder op het moment van het sluiten van een overeenkomst met de crediteur wist, of had moeten weten, dat de vennootschap niet aan haar financiële verplichtingen zou kunnen voldoen. Advocaat Hidde Reitsma bespreekt het vonnis.

Slechte financiële positie gedaagde
De eisende besloten vennootschap heeft op 11 januari 2015 een overeenkomst afgesloten om grondwerkzaamheden voor gedaagde uit te voeren. De acht wekelijkse facturen zijn niet betaald door gedaagde. Op 19 maart heeft gedaagde eiseres bericht over de slechte financiële positie van de vennootschap en het feit dat er gesproken werd met nieuwe investeerders. Op 3 april heeft gedaagde aan eiseres medegedeeld dat zij niet meer aan haar financiële verplichtingen kon voldoen. Op 24 april is gedaagde failliet verklaard.

Eiser stelt: gedaagde heeft onrechtmatig gehandeld
De crediteur stelt dat gedaagde niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend bestuurder mag worden verwacht. Dit aangezien gedaagde in 2010 al verlies leed, in 2011 een reorganisatie was doorgevoerd (inclusief ontslagen), het door de bank verstrekte krediet fors moest worden afgebouwd en reeds vóór het sluiten van de overeenkomst bekend was dat het krediet van de bank in april opgezegd zou worden. Daarnaast stelt eiseres dat gedaagde in deze periode wel selectieve betalingen aan andere crediteuren heeft verricht.

Bestuurder vennootschap aansprakelijk
De rechter stelt dat niet de vennootschap, maar de bestuurder van een vennootschap slechts aansprakelijk is als hij bij het aangaan van de overeenkomst begreep, of redelijkerwijs behoorde te begrijpen, dat de vennootschap niet zou kunnen betalen en ook geen verhaal zou bieden. Dit geldt, tenzij hem, gelet op zijn verplichting als bestuurder tot een behoorlijke taakuitoefening, geen ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. De rechter hanteert hier dus de zogeheten Beklamel-norm.

Rechter oordeelt dat de gedaagde redelijk heeft gehandeld
De vraag is dus of de bestuurder van de vennootschap nog nieuwe verplichtingen aan mocht laten gaan, terwijl hij wist dat de vennootschap er financieel slecht voor stond en dat de bank het krediet zou opzeggen. De rechter oordeelt dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst de mogelijkheid van een overname of herfinanciering nog reëel was, en dat gedaagde als redelijk handelend bestuurder de continuïteit van de bedrijfsvoering mocht laten prevaleren. Op dat moment hoefde nog niet van hem te worden verwacht dat hij gebruikelijke, voor de gewone bedrijfsvoering noodzakelijke opdrachten, niet zou verstrekken.

Bestuurder niet aansprakelijk bij selectieve betalingen
Er is niet gesteld, noch gebleken dat gedaagde bewust, en op basis van subjectieve factoren de vordering van eiseres heeft achtergesteld bij vorderingen van andere crediteuren. Er zijn wel betalingen aan een aantal andere crediteuren gedaan, maar de rechter oordeelt dat er geen bestuurdersaansprakelijkheid geldt.

mr. Hidde Reitsma

mr. Hidde Reitsma

Advocaat bij AMS Advocaten
Hidde Reitsma studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 2002 advocaat. Het zwaartepunt van zijn praktijk ligt op het ondernemingsrecht en het insolventierecht en Hidde procedeert regelmatig bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
mr. Hidde Reitsma
mr. Hidde Reitsma

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE