Dwaling over vroegpensioen bij het aangaan van een beëindigingsregeling

In deze zaak gaat het om de cao voor de Technische Groothandel op grond waarvan de werknemer deelnam aan een VUT-regeling (VUtech) en een vroegpensioenregeling (VPtech). Pensioenrechtadvocaten Ronald Verheij en Claudia van Hunsel van RWV Advocaten geven uitleg.

De werknemer beroept zich op dwaling
Op grond van het reglement van de VPtech gaat het vroegpensioen in op het moment dat de werknemer, na het bereiken van de vroegpensioendatum van 61 jaar, niet langer in dienst is van de werkgever. In 2012 is het dienstverband van de werknemer met wederzijds goedvinden beëindigd, waarbij de werkgever aan de werknemer een eenmalige vergoeding heeft toegekend ter compensatie van het netto inkomensverlies van de werknemer. Bij de berekening hiervan is ervan uitgegaan dat zowel de VUtech als de VPtech na het einde van het dienstverband tot uitkering zou komen. De werknemer beroept zich op dwaling en stelt dat hij er niet over is geïnformeerd dat de VPtech tot uitkering zou komen. Had hij dit geweten dat had hij deze beëindigingsregeling niet aangegaan. De werknemer wenste zijn VPtech te bewaren als aanvulling op zijn ouderdomspensioen.

De werkgever wist of had moeten begrijpen dat het voor de werknemer van doorslaggevend belang was dat de VPtech niet tot uitkering zou komen en de werkgever had hem dan ook moeten inlichten over het feit dat de VPtech wél tot uitkering zou komen.

De werknemer slaagt niet in bewijsopdracht en beroep op dwaling wordt verworpen
Nadat het beroep op dwaling door de rechtbank is afgewezen, gaat de werknemer in hoger beroep. In hoger beroep geeft het hof de werknemer de opdracht te bewijzen dat de werkgever wist dat het voor de werknemer van doorslaggevend belang was dat de VPtech niet tot uitkering zou komen.

In hoger beroep komt vast te staan dat de werkgever wist dat de werknemer slechts akkoord kon gaan met een beëindigingsregeling als zijn netto inkomen gelijk zou blijven, aan welke wens de werkgever tegemoet is gekomen door middel van de aanvullingsregeling. De werkgever wist niet dat het voor de werknemer cruciaal was dat de VPtech niet tot uitkering zou komen. Dit hoefde de werkgever ook niet zonder meer te begrijpen uit het enkele feit dat de werknemer bijzondere persoonlijke omstandigheden had. De werknemer slaagt dan ook niet in zijn bewijsopdracht en het beroep op dwaling wordt verworpen.

Informeer werknemer over persoonlijke situatie en inventariseer verwachtingen werknemer
Deze uitspraak geeft aan dat het voor de werkgever belangrijk is om de werknemer – bij voorkeur schriftelijk – goed over zijn persoonlijke situatie te informeren, te inventariseren wat de verwachtingen van de werknemer zijn en goed na te gaan of de regeling en de hierbij behorende gevolgen voldoende duidelijk zijn voor de werknemer.

Bovengenoemde procedure loopt voor de werkgever goed af, maar het is uiteraard beter om dergelijke procedures te voorkomen.

Mr. Ronald Verheij en mr. Claudia van Hunsel zijn als advocaat verbonden aan RWV Advocaten in Leiden. Claudia rondde in april 2012 haar master rechten in de richting Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Maastricht af. Ronald is gespecialiseerd in het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE