Geen adviesrecht van de ondernemingsraad in faillissement

Medio 2016 heeft de Ondernemingskamer zich gebogen over de vraag of de ondernemingsraad ook het recht heeft de ondernemer te adviseren op het moment dat de onderneming in staat van faillissement is verklaard. Zou de curator moeten worden gezien als de ondernemer in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) waardoor de ondernemingsraad adviesrecht heeft? Of is het adviesrecht van de ondernemingsraad onverenigbaar met de rol van de curator?

Het adviesrecht, wat is dat ook alweer?
De ondernemingsraad is enerzijds vertegenwoordiger van de werknemers en anderzijds overlegpartner van de ondernemer, een en ander in het belang van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen. Het orgaan ‘de ondernemingsraad’ is door de wetgever in het leven geroepen ter bescherming van de belangen van werknemers van een onderneming. Als uitgangspunt geldt daarbij dat werknemers via de ondernemingsraad worden betrokken bij de totstandkoming van besluiten in de onderneming, die in belangrijke mate van belang voor hen zijn.

Deze ondernemingsraad dient door de ondernemer dan ook in de gelegenheid te worden gesteld om hem over bepaalde, vooral op organisatorisch, financieel en/of economisch gebied, voorgenomen besluiten te adviseren. Denk hierbij onder meer aan een besluit tot het overdragen van de zeggenschap van een onderneming dan wel de beëindiging van (een belangrijk deel van) de werkzaamheden van de onderneming.

In het geval de ondernemingsraad negatief over het besluit adviseert, dient de ondernemer de uitvoering van zijn besluit met een maand op te schorten. De ondernemingsraad kan bij de Ondernemingskamer ageren als haar advies niet of niet geheel wordt gevolgd in het door de ondernemer genomen besluit.

Heeft de ondernemingsraad adviesrecht in faillissement?
In de onderhavige kwestie ageerde de ondernemingsraad bij de Ondernemingskamer. Zij vorderde een verklaring voor recht dat de curator niet in redelijkheid bij de afweging van de betrokken belangen tot zijn besluit om de activa van de vennootschap te verkopen had kunnen komen. Dit besluit komt volgens de ondernemingsraad neer op de overdracht van de zeggenschap van de onderneming en voor het overige op beëindiging van de onderneming. De curator had daarom vooraf advies moeten vragen. Volgens de ondernemingsraad geldt dit adviesrecht ook in een faillissementssituatie en doet het feit dat een curator in een faillissement snel moet handelen daar niets aan af.

Geen adviesrecht van de ondernemingsraad in faillissement
Naar het oordeel van de Ondernemingskamer laat het adviesrecht zich niet eenvoudig rijmen met het faillissementsrecht, nu het adviesrecht uitgaat van de situatie dat de onderneming zich niet in een insolvente toestand bevindt. Daarbij dient de mogelijkheid tot het uitoefenen van het adviesrecht te worden geboden op het moment dat dit advies nog van wezenlijke invloed op de besluitvorming kan zijn.

Een van de belangrijkste hoofdtaken van de curator in faillissement is de vereffening van de boedel. De curator moet bij het te gelde maken van de activa van de onderneming het belang van de werknemers weliswaar mee laten wegen, maar de hoogte van de opbrengst voor de faillissementsboedel zal voor de curator leidend zijn. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is het daarom zeer de vraag in hoeverre het advies van de ondernemingsraad op een voorgenomen besluit van de curator tot verkoop van activa nog van wezenlijke invloed had kunnen zijn. Bovendien valt de termijn waarin de uitvoering van het besluit bij negatief advies van de ondernemingsraad dient te worden opgeschort niet goed in te passen in een faillissementssituatie.

De Ondernemingskamer concludeert dan ook dat het adviesrecht derhalve in beginsel onverenigbaar is met de rol van de curator, die voornamelijk op de afwikkeling van de boedel is gericht. De curator was in de onderhavige kwestie niet gehouden (vooraf) advies van de ondernemingsraad met betrekking tot dat besluit te vragen, nu de curator de onderneming van de gefailleerde vennootschappen gedurende de faillissementen niet heeft voortgezet.

De Ondernemingskamer besluit met de opmerking dat het voorgaande niet wegneemt dat de curator er in het algemeen goed aan kan doen om de ondernemingsraad te informeren over de stand van zaken en actuele ontwikkelingen in het faillissement, zoals de voortgang in een eventueel overnameproces. Van een verplichting op grond van de WOR is evenwel geen sprake.

mr. Joyce Lustberg

mr. Joyce Lustberg

Advocaat ondernemings- en insolventierecht bij RWV Advocaten
Joyce Lustberg is civielrechtelijk afgestudeerd aan de Universiteit Leiden. Sinds 2012 is Joyce werkzaam als advocaat. Ze versterkt de secties Ondernemingsrecht en Insolventierecht bij RWV.
mr. Joyce Lustberg
mr. Joyce Lustberg

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE