Incassovordering afgewezen wegens slordig dossier advocaat

Iedere ondernemer krijgt vroeg of laat te maken met een rekening die niet (op tijd) wordt betaald. Als een minnelijk incassotraject geen effect (meer) heeft, zal de vordering bij de rechter moeten worden ingediend. Een gedegen onderbouwing van de geldvordering is essentieel en vergroot de kans op toewijzing aanzienlijk. Een advocaat heeft dit, op teleurstellende wijze, ondervonden nadat hij een betaling vorderde van een openstaande factuur. De kantonrechter vond zijn dossier zó slordig dat hij de vordering geheel afwees. Advocaat incassorecht Thomas van Vugt bespreekt de uitspraak.

Voorschot in rekening gebracht door advocaat
Een advocaat stond in eind 2010 korte tijd een cliënt bij. Aan het begin van zijn werkzaamheden heeft hij, zoals gebruikelijk, een voorschotnota verstuurd. Deze nota is voldaan door de cliënt. Hierna heeft hij nog één factuur verzonden op 5 januari 2011 ten bedrage van ca. € 2.250,-. De advocaat heeft zich vervolgens onttrokken aan de procedure.

Incassotraject: sommatie gevolgd door dagvaarding
In mei 2015 heeft de incassogemachtigde van de advocaat cliënt gesommeerd de factuur d.d. 5 januari 2011 te voldoen. Voor deze brief heeft de advocaat geen enkel contact opgenomen met de cliënt. De cliënt betwist de vordering. Hij stelt allereerst al een voorschotbedrag te hebben voldaan welke ten onrechte niet in mindering is gebracht op de betreffende factuur. Voorts stelt hij dat hij reeds begin 2011 een tweede (contante) betaling heeft voldaan.

Incassoprocedure voor de rechtbank, sector kanton
De advocaat start een incassoprocedure. De vraag die aan de kantonrechter voorligt is of de cliënt nog iets verschuldigd is aan de advocaat. Frappant is dat de advocaat eerst in de procedure ontkende een voorschotnota te hebben verstuurd, laat staan betaald te hebben gekregen. Maar dat hij bij “nader onderzoek in zijn dossier” toch een betaling kon terugvinden. Hij heeft dit bedrag alsnog in mindering gebracht en het geschil betreft dus nog enkel het restant van de factuur d.d. 5 januari 2011.

Hoofdregel: bewijslast betaling rust op debiteur
Normaliter is het aan een debiteur om te bewijzen dat hij een schuld heeft voldaan. Kwitanties of bankafschriften zijn hiervoor meestal voldoende. In deze zaak is het tijdsverloop tussen de factuur en de incassomaatregelen dusdanig dat de cliënt geen kwitanties meer heeft. Echter, de rechter ziet aanleiding om de bewijslast om te keren en niet de cliënt, maar de advocaat op te dragen het bewijs van de vordering te leveren. Hij overweegt daartoe het volgende.

Rechter: administratief rommeltje voor risico advocaat
De advocaat heeft in deze zaak een zeer slordig dossier bijgehouden hetgeen voor zijn rekening en risico moet blijven. Hij heeft diverse malen eerst stellingen ontkend “bij gebrek aan wetenschap” terwijl die wel degelijk waar bleken te zijn. Zo heeft de advocaat naast cliënt ook derden in dezelfde procedure bijgestaan. Van hen zijn -hoogstwaarschijnlijk- ook voorschotten ontvangen. Wat er met dit geld is gebeurd en hoe deze betalingen en werkzaamheden zich verhouden met de vordering, is niet duidelijk geworden. Het kan dus heel goed dat de cliënt wel degelijk reeds heeft betaald. De vordering van de advocaat wordt dus afgewezen.

mr. Thomas van Vugt

mr. Thomas van Vugt

Advocaat verbintenissenrecht & ondernemingsrecht bij AMS Advocaten
Naast mijn dagelijkse advocatenpraktijk ben ik als expert verbonden aan www.z24.nl en schrijft ik periodiek juridische columns voor Vara’s Kassa Magazine.
mr. Thomas van Vugt
mr. Thomas van Vugt

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE