Nieuw: hoor en wederhoor bij de rechter-commissaris

De rechter-commissaris moet bij de beslissing om de termijn ex artikel 58 Faillissementswet al dan niet te verlengen hoor en wederhoor toepassen, zo oordeelt de Hoge Raad in januari van dit jaar. Deze uitspraak betekent een belangrijke aanvulling op het procesrecht dat de rechter-commissaris moet hanteren. Advocaat Mark Aukema geeft uitleg.

Rechter-commissaris is toezichthouder
Soms neemt de rechter-commissaris ook beslissingen op verzoek van belanghebbende partijen zoals de failliet zelf of crediteuren. Dergelijke beslissingen worden vaak op korte termijn gegeven in een sterk informeel proces. De rechter-commissaris, gevraagd om een beslissing, vraagt de visie van de curator en beslist vervolgens. Die visie van de curator wordt soms voorzien van (bewijs-)stukken. De belanghebbende krijgt de visie en bijbehorende stukken van de curator vaak niet eens te zien. Maar dat moet per januari van dit jaar veranderen. De belanghebbende moet nu de kans krijgen om te reageren op de visie van de curator. Er wordt dus wederhoor toegepast.

Europees Verdrag van de Rechten van de Mens van toepassing?
Het is niet zeker of het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) van toepassing is op procedures bij de rechter-commissaris. Sommigen menen dat dat wel zo is, anderen niet. Zou het EVRM van toepassing zijn, dan zou het beginsel van een eerlijk proces kunnen zijn geschonden nu de verzoeker de visie en stukken van de curator niet heeft kunnen lezen.

Waarom is hoor en wederhoor van kracht?
De Hoge Raad laat de vraag naar toepasselijkheid van het EVRM in het midden. In het Nederlandse civiele procesrecht geldt ook het beginsel van hoor en wederhoor, en dat beginsel is van toepassing op de procedure omtrent de verlenging. In zijn advies aan de Hoge Raad geeft de Advocaat-Generaal een tweetal argumenten waarom hoor en wederhoor toegepast dient te worden:

Het verzoek om verlenging van de termijn levert een beslissing op van de rechter-commissaris waartegen geen hoger beroep mogelijk is;
Interessanter nog is het tweede argument: daar waar de rechter-commissaris optreedt als beslechter van geschillen, is hij of zij gehouden de nodige processuele zorgvuldigheid in acht te nemen. En dan kom je ook uit bij het beginsel van hoor en wederhoor.

Op welke situaties is hoor en wederhoor van toepassing?
De rechter-commissaris beslecht meerdere van dit soort van geschillen: bijvoorbeeld het bepalen van het vrij te laten inkomen in relatie tot de gefailleerde, waartegen ook geen hoger beroep mogelijk is. De failliet moet in staat worden gesteld te reageren op de door de curator aangeleverde berekening en stukken.

Een ander voorbeeld is de zogenaamde afkoelingsperiode, de periode waarin de bevoegdheden van zekerheidsgerechtigden sterk worden beperkt. In deze situaties is het beginsel van hoor en wederhoor van toepassing op grond van deze uitspraak, daar bestaat nu nog maar weinig twijfel over.

En als het optreden van de curator zelf ter discussie staat?
Wat nu ten aanzien van één van de belangrijkste procedures, het verzoek aan de rechter-commissaris om in te grijpen in het optreden van de curator, de zogenaamde artikel 69-procedure? De Hoge Raad heeft zich eerder in 2006 over deze vraag uitgelaten en geoordeeld dat deze procedure niet ziet op geschillenbeslechting en dat het beginsel van hoor en wederhoor niet (persé) van toepassing is. Maar de Hoge Raad oordeelde toen ook dat wanneer de curatoren in hun reactie stukken hadden toegezonden aan de rechter-commissaris, het anders had kunnen zijn.

In de hierboven beschreven zaak uit 2016 hadden de curatoren overigens wel degelijk stukken aan de rechtbank toegezonden waarop de andere partij niet meer heeft kunnen reageren. Dat is dus onzorgvuldig.

Conclusie is dat in deze procedures het recht bestaat op inzage in en het geven van commentaar op de stukken die aan de rechter-commissaris over en weer worden gezonden. Wordt dit in beginsel geschonden, dan is de beslissing van de rechter-commissaris vernietigbaar. In deze procedure is overigens wel herstel mogelijk in hoger beroep, maar dan is de schade soms al geleden.

Uitspraak: Hoge Raad 19 februari 2016 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:297

Mr. Mark Aukema is als advocaat verbonden aan RWV Advocaten en is hoofd van de Sectie Insolventierecht. Daarnaast is Mark actief binnen het ondernemingsrecht, adviseert hij bij fusies en overnames en aandeelhouders-geschillen. Hij heeft ervaring met het procederen bij de Ondernemingskamer te Amsterdam.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE