Schorsing concurrentiebeding in franchiseovereenkomst

Een franchisegever komt de franchiseovereenkomst met zijn franchisenemers niet meer na. De franchisenemers moeten dus elders werk zoeken. Maar ze zijn gebonden aan een strikt post-contractueel concurrentiebeding. Kunnen de franchisenemers hier nog onderuit? Advocaat contractenrecht Thomas van Vugt licht het verzoek tot schorsing concurrentiebeding toe aan de hand van deze zaak.

Franchiseformule ondersteunt professionals
De franchisenemers zijn professionals met expertise op bancair gebied. Franchisegever exploiteert een franchiseformule waarmee professionals zich op de markt kunnen profileren. Deze formule beoogt de exploitatie van kennis, arbeid en een netwerk in de bancaire sector. Franchisegever organiseert themadagen, opleidingen en trainingen voor bij haar aangesloten professionals.

Franchisenemers niet langer ‘zelfstandigen’ volgens fiscus
Tot voor kort had de Belastingdienst de franchisenemers aangemerkt als zelfstandige ondernemers. Dit was fiscaal voordelig voor hen. Maar de Belastingdienst wijzigde haar visie en merkte de verhouding tussen de franchisenemers en de franchisegever voortaan aan als arbeidsrelatie. Met mogelijke loonheffing tot gevolg.

Opzeggen franchiseovereenkomst wegens tekortkoming
Gezien deze ongunstige verandering van het fiscale regime, bood franchisegever niet langer de ( franchise-)formule aan die de franchisenemers als zelfstandig ondernemer kunnen exploiteren. Dit leverde een toerekenbare tekortkoming van franchisegever jegens franchisenemers op en de franchiseovereenkomsten werden beëindigd. Maar de franchisenemers waren ook na beëindiging gebonden aan een concurrentiebeding. Zij vorderden daarom in kort geding schorsing van het beding.

Schorsing concurrentiebeding in franchiseovereenkomst
Volgens vaste rechtspraak strekt een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst er in de eerste plaats toe om de franchisegever in staat te stellen zijn know-how aan de franchisenemer over te dragen, en om aan de franchisenemer bijstand bij de toepassing van zijn methoden te kunnen verlenen, zonder daarbij het risico te lopen dat die know-how en die bijstand ten goede kunnen komen aan concurrenten. Ten tweede kan een concurrentiebeding de franchisegever helpen om de identiteit en de reputatie van het door de formule gesymboliseerde franchiseverband te behouden.

Bescherming know-how, identiteit en reputatie franchise
In deze zaak heeft franchisegever geen know-how aan de franchisenemers overgedragen. Er is dus aldus geen overgedragen kennis die bescherming verdient door middel van een concurrentiebeding. Evenmin strekt het concurrentiebeding ertoe de identiteit van franchisenemer te beschermen. De formule is voor het publiek niet zichtbaar. Het lijkt er dan ook sterk op dat partijen bij het sluiten van de ‘franchiseovereenkomsten’ de aanduiding ‘franchise’ primair hebben gekozen met de bedoeling om te profiteren van het fiscale voordeel. Niet is gebleken dat er sprake is van een daadwerkelijke franchising.

Schorsing concurrentiebeding
De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de franchisegever geen rechtens te respecteren belang heeft bij instandlating van het concurrentiebeding. Anderzijds is duidelijk dat het erg moeilijk is voor de franchisenemers om zonder overtreding van het concurrentiebeding elders hun diensten aan te bieden. Het verzoek tot schorsing van het concurrentiebeding wordt dus toegewezen.

Briefpapier drukken
mr. Thomas van Vugt

mr. Thomas van Vugt

Advocaat verbintenissenrecht & ondernemingsrecht bij AMS Advocaten
Naast mijn dagelijkse advocatenpraktijk ben ik als expert verbonden aan www.z24.nl en schrijft ik periodiek juridische columns voor Vara’s Kassa Magazine.
mr. Thomas van Vugt
mr. Thomas van Vugt

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE