Schouwarts veroordeeld voor meineed

Een 62-jarige schouwarts is door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor meineed. De man krijgt een werkstraf van 180 uur opgelegd omdat hij in 2014 als getuige-deskundige opzettelijk een onjuiste verklaring aflegde in een strafzaak. De dader in die strafzaak is in hoger beroep veroordeeld tot 11 jaar cel, voor de dood van een bejaarde vrouw in haar woning in de Koestraat te Zwolle.

Om het leven gebracht
De man werd op 13 maart 2014 in een strafzaak als getuige-deskundige gehoord omdat hij als schouwarts het lichaam van de overleden vrouw had onderzocht. Eerst leek het erop dat de vrouw van de trap was gevallen. Later bleek dat de vrouw met opzet om het leven was gebracht. De dader is hiervoor ook in hoger beroep veroordeeld. Tijdens de zitting bij de rechtbank in Zwolle verklaarde de schouwarts onder andere: “Ik heb met de huisarts gebeld die ochtend en medische informatie gekregen en daarmee heb ik het plaatje ingekleurd.” Uit het dossier blijkt dat hij niet heeft gebeld.

Opzettelijk onjuist
De rechtbank oordeelt dat de schouwarts opzettelijk een onjuiste verklaring aflegde en er geen sprake is van een vergissing. Tijdens de zitting in 2014 wist de man dat hij op 9 juli 2013 geen telefonisch contact had gehad met de huisartsenpraktijk. Ook wist hij wat de gevolgen waren van meineed. Toch verklaarde hij onder ede dat hij wel contact had gehad met de huisartsenpraktijk.

Rekening met reputatieschade
De rechtbank veroordeelt de man tot een taakstraf van 180 uur. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de reputatieschade die de arts lijdt. Hij is nooit eerder veroordeeld, al jarenlang als (forensisch) arts actief en er zijn geen aanwijzingen voor bijzondere problematiek. De veroordeling voor meineed is voor de man al dusdanig zwaar dat het opleggen van een onvoorwaardelijke celstraf onnodig veel leed toevoegt. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Meineed ondermijnt waarheidsvinding
Als beëdigd deskundige legde de man opzettelijk een onjuiste verklaring af in een strafzaak, waarin de belangen voor zowel de toenmalige verdachte als voor de nabestaanden van het slachtoffer buitengewoon groot waren. “Meineed ten overstaan van een rechter ondermijnt niet alleen de waarheidsvinding in de betreffende strafzaak, maar raakt daarnaast ook het algemeen belang. Indien iemand, zoals verdachte, belooft dan wel zweert om de waarheid te vertellen en niets anders dan de waarheid, ligt daarin de waarborg besloten dat ook daadwerkelijk conform de waarheid zal worden verklaard.” aldus de rechtbank.

Bron: De Rechtspraak

Redactie

Redactie

Onze redactie houdt je dagelijks op de hoogte van actuele en relevante juridische ontwikkelingen, uitpraken en nieuws.
Redactie

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE