Slachtoffer van een verkeersongeval? Hoe zit het ook alweer met aansprakelijkheid?

Slachtoffer worden van een verkeersongeval is al vervelend genoeg. Het verhalen van uw schade op de aansprakelijke wederpartij is bovendien een ingewikkeld en langdurig traject. Want weet u hoe het zit met aansprakelijkheid in het verkeer? En welke regels voor u van belang zijn? Advocaten Renate de Regt en Thijs de Jong van RWV Advocaten geven uitleg.

Juridische positie bepalen
Eerst is het belangrijk om uw juridische positie te bepalen. Hierbij is van belang of sprake is van een ongeval tussen:

  • een gemotoriseerde en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer,
  • twee gemotoriseerde of
  • twee ongemotoriseerde verkeersdeelnemers.

Een gemotoriseerde verkeersdeelnemer bestuurt een motorrijtuig, zoals een auto, een brom- en snorfiets, een snorscooter of een invalidevoertuig. Een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer is een voetganger of een fietser.

Een ongeval tussen een gemotoriseerde en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer
Als u als ongemotoriseerde verkeersnemer betrokken bent bij een ongeval met een gemotoriseerde deelnemer dan gelden er op grond van de Wegenverkeerswet bijzondere regels. De hoofdregel is dat de eigenaar of houder van het motorrijtuig aansprakelijk is voor de schade die u als ongemotoriseerde verkeersnemer ten gevolge van het ongeval lijdt.

Deze hoofdregel geldt niet als sprake is van overmacht. Overmacht is echter alleen aan de orde als de bestuurder van het motorrijtuig geen enkel verwijt kan worden gemaakt en eventuele verkeersfouten van anderen voor hem zo onwaarschijnlijk waren dat hij hier geen rekening mee hoefde te houden. Gebreken aan het motorrijtuig of slechte weersomstandigheden vormen bijvoorbeeld geen grond voor overmacht. Evenmin kan de bestuurder zich op overmacht beroepen als de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer geen voorrang verleende of zonder licht reed. Een beroep op overmacht slaagt daarom vrijwel nooit.

De 100%-regel en de 50%-regel
Zodra de aansprakelijkheid van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer vast staat, komt de omvang van de schadevergoeding aan de orde. De gemotoriseerde verkeersdeelnemer kan aanvoeren dat u als voetganger of fietser eigen schuld hebt gehad aan het ongeval, zodat u een deel van de schade zelf moet dragen. Er zijn op dit punt twee regels.

Is uw kind het slachtoffer en jonger dan veertien jaar? 100%-regel
De eerste regel ziet op een ongeval tussen een gemotoriseerde verkeersdeelnemer en een kind dat jonger is dan veertien jaar. Stel dat uw kind het slachtoffer is van een verkeersongeval, dan is de gemotoriseerde verkeersdeelnemer, tenzij sprake is van overmacht, voor 100% aansprakelijk voor de schade van uw kind. Dit is alleen anders als sprake is van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid van uw kind. Deze regel wordt de 100%-regel genoemd.

50%-regel geldt voor iedereen ouder dan 14 jaar
De tweede regel is van toepassing op een ongeval tussen een gemotoriseerde verkeersdeelnemer en een volwassene (vanaf veertien jaar) en wordt de 50%-regel genoemd. Tenzij sprake is van overmacht, is de gemotoriseerde verkeersdeelnemer aansprakelijk voor ten minste vijftig procent van uw schade. Ook hier geldt dat de regel niet van toepassing is als sprake is van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid aan uw zijde.

Voor het aannemen van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid is vereist dat bewezen wordt dat u zich als ongemotoriseerde verkeersdeelnemer bewust was van zeer aanzienlijk gevaar en u uw gedrag daarop desondanks niet heeft aangepast. Opzet of daaraan grenzende roekeloosheid wordt in de praktijk zelden aangenomen, zodat u als slachtoffer in beginsel minimaal vijftig procent van uw schade vergoed krijgt, ook als u bijvoorbeeld zelf geen voorrang verleende. Heeft u in het geheel niets fout gedaan, dan krijgt u uiteraard 100% van uw schade vergoed.

Een ongeval tussen twee gemotoriseerde of twee ongemotoriseerde verkeersdeelnemers
Bij een ongeval tussen twee ongemotoriseerde verkeersdeelnemers, bijvoorbeeld twee fietsers, of een ongeval tussen twee gemotoriseerde verkeersdeelnemers, zoals twee auto’s, gelden de bijzondere aansprakelijkheidsregels van de Wegenverkeerswet niet. U zult dan moeten aantonen dat de andere verkeersdeelnemer een verkeersregel heeft overtreden, bijvoorbeeld dat hij te hard reed of geen voorrang verleende.

Bij het bepalen van de omvang van de schadevergoeding kan door de aansprakelijke partij een beroep worden gedaan op eigen schuld, bijvoorbeeld omdat u zelf ook niet goed hebt uitgekeken. U kunt in dat geval geen beroep doen op de 50%-regel of de 100%-regel. Als u in hoge mate eigen schuld hebt gehad aan het ongeval, krijgt u wellicht minder dan 50% van uw schade vergoed.

De rol van verzekeraars en wat kunnen wij voor u doen
Op grond van de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM) is iedere eigenaar of houder van een motorrijtuig verplicht zich te verzekeren tegen wettelijke aansprakelijkheid. Als u slachtoffer bent geworden van een verkeersongeval, kunt u rechtstreeks de verzekeraar van de andere verkeersdeelnemer aanspreken voor uw schade. Uiteraard kunnen wij dit ook voor u doen. Terwijl u zich volledig op uw herstel focust, treden wij met de verzekeraar in overleg over de afwikkeling van uw schade.

Wat nu als de aansprakelijke partij onvindbaar (omdat hij is doorgereden na het ongeval) of niet verzekerd is?. In dat geval kunt u onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een schadevergoeding uit het Waarborgfonds Motorverkeer.

Over de auteurs
Deze blog is geschreven voor Renate de Regt en Thijs de Jong van RWV Advocaten. Samen staan zij slachtoffers bij van verkeersongevallen, arbeidsongevallen en medische fouten. Ze vormen een deskundig team waarin zij de juridische en financiële zorgen van slachtoffers uit handen nemen.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE