Verblijfsrecht bij een Nederlands kind als alleenstaand ouder

Indien u als alleenstaand ouder een verblijfsaanvraag wenst in te dienen bij uw Nederlandse kind is het raadzaam advies in te winnen bij onze advocaat vreemdelingenrecht. Zowel in bezwaar, beroep als hoger beroep kunt u bij onze advocaat vreemdelingenrecht terecht. Ook kunt u bijstand, begeleiding en advies verwachten bij de aanvraagprocedure. Mr. Liesbeth Boon van Witlox Snijders advocaten in Amsterdam geeft uitleg.

Verblijfsaanvraag
Alvorens een toelichting te geven op het bij (vooral) de vreemdelingenrecht advocaat welbekende Zambrano-arrest volgt hier het dilemma een advocaat vreemdelingenrecht met enige regelmaat tegenaan loopt. Het contrast tussen de werkelijkheid van de cliënt en de harde juridische werkelijkheid.

Als je aan een weldenkend persoon zou vragen of je een derdelander (geen Unieburger) en haar Nederlandse kind in Nederland bescherming zou moet bieden omdat ze anders op straat dreigen te geraken zou een ieder zeggen: “natuurlijk”. Juridisch ligt dit echter veel gecompliceerder en de praktische gevolgen hiervan zijn moeilijk uit te leggen aan je cliënt. Die begrijpen niet welke reden ertoe zou kunnen leiden dat de Nederlandse staat haar handen van je aftrekt. En helaas moeten we als advocaat vreemdelingenrecht toch concluderen dat Nederlandse kinderen en hun buitenlandse ouder toch met enige regelmaat aan hun lot worden overgelaten, onterecht.

Jurisprudentie
Hoewel er op Europees niveau vaak anders wordt gedacht over de verantwoordelijkheid die een lidstaat op zich zou moeten nemen, lijkt de Nederland staat toch iedere keer weer haar grenzen op te zoeken. Het Zambrano-arrest (EU-Hof van 8 maart 2011 C-34/09) en de hieruit voortgekomen jurisprudentie vormen hiervan een mooi voorbeeld.

De Colombiaanse Ruiz Zambrano heeft asiel aangevraagd in België. Zijn kinderen hebben de Belgische nationaliteit. Des gevolg hebben de kinderen de status verkregen van ‘burgers van de Unie’ zoals bedoeld in artikel 20 van het EU-Werkingsverdrag. Normaliter zouden de ouders geen afgeleide rechten kunnen verkrijgen op basis van de Belgische nationaliteit van hun kinderen. Echter, het EU-Hof redeneert op basis van artikel 20 van het EU-Werkingsverdrag dat wanneer aan de ouders een verblijfsrecht wordt ontzegd en zij geen verblijfsrechtelijke status verkrijgen en derhalve niet over bestaansmiddelen kunnen beschikken om hun gezin te onderhouden zij noodgedwongen het land moeten verlaten. Dit betekent evenwel dat de kinderen België ook zouden moeten verlaten omdat zij gelet op hun jongen leeftijd niet voor zichzelf kunnen zorgen. Hierdoor worden de kinderen gedwongen het grondgebied van de Unie te verlaten. De kinderen van Ruiz Zambrano verkeren op die manier in de feitelijke onmogelijkheid de rechten uit te oefenen die zij aan hun status van EU-burger kunnen ontlenen. Het Europese Hof heeft om die reden een ontzegging van het recht van verblijf voor Ruiz Zambrano en de weigering tot verlening van een arbeidsvergunning in strijd geacht met artikel 20 van het EU-Werkingsverdrag.

Hof van Justitie
Volgens het Hof van Justitie moet artikel 20 van het VWEU aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat (in casu België) aan een staatsburger van een derde staat, die zijn kinderen van jonge leeftijd, burgers van de Unie, ten laste heeft, het recht van verblijf ontzegt in de lidstaat waar deze kinderen verblijven en waarvan zij de nationaliteit bezitten, en hem bovendien een arbeidsvergunning weigert, aangezien dergelijke beslissingen de betrokken kinderen het effectieve genot van de belangrijkste aan de status van de burger van de Unie ontleende rechten ontzeggen. Kortgezegd komt het erop neer dat een derdelander rechten kan ontlenen aan een kind die de nationaliteit heeft van een van de lidstaten van de Europese Unie.

Raad van State
Nederland heeft als volgt invulling gegeven aan dit arrest: De Afdeling heeft onder meer in haar uitspraak van 15 november 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY1039) overwogen dat de burger van het derde land, aannemelijk dient te maken dat de andere ouder feitelijk niet geacht kan worden voor het kind zorg te dragen, zodat verblijf voor het kind bij die ouder in Nederland of de Unie, zonder die vreemdeling, in wezen onmogelijk is. De beantwoording van de vraag of de burger van het derde land aannemelijk heeft gemaakt dat bedoelde situatie zich voordoet, vergt een beoordeling door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (lees: Immigratie- en Naturalisatiedienst) van de door de vreemdeling in de bestuurlijke fase aan te voeren feiten en omstandigheden van het geval.

Nederlandse kind
Een vrouw wendt zich tot onze advocaat vreemdelingenrecht met het verzoek voor haar een verblijfsvergunning aan te vragen op basis van verblijf bij haar Nederlandse zoontje van bijna vier jaar oud. Volgens cliënte is de vader feitelijk niet in staat om voor haar kind te zorgen omdat er sprake is geweest van huiselijk geweld. Een en ander wordt bevestigd door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling. Nota bene zijn moeder en kind in het verleden gevlucht voor de vader vanwege dit huiselijk geweld, zo laat zij weten aan de advocaat. Hieraan voorafgaand zijn zij meerdere malen op straat gezet. Het zoontje is niet op de hoogte van het bestaan van zijn vader omdat hij nog erg jong was toen ze zijn gevlucht. Een typisch Zambrano-geval zou je denken. Een ieder die je in je omgeving zou vragen of een man die zijn vrouw zwaar heeft mishandeld in het bijzijn van zijn zoon feitelijk in staat zou zijn om het kind op te voeden, zou nee zeggen. Gelet op de ervaring van onze familierecht advocaten geldt ook familierechtelijke zaken dat huiselijk geweld zeer zwaar wordt aangerekend door rechters.

IND
Toch volgt er ongeveer zes maanden later een beschikking van de IND waarin wordt gesteld dat moeder niet voldoende heeft bewezen dat vader niet voor het kind kan zorgen. De reden;

Ten eerste heeft vader niet het kind zelf mishandeld maar de moeder en ten tweede heeft de moeder niet het eenhoofdig gezag.

Met name dit laatste lijkt bij zogenaamde Zambrano-zaken doorslaggevend. Volgens onze advocaat vreemdelingenrecht een niet te verdedigen en onhoudbaar standpunt. Dit zou dan impliceren dat een vrouw die met haar man gezamenlijk het gezag uitoefent eerst bij de rechtbank het eenhoofdig gezag moet verzoeken alvorens verblijf bij haar Nederlandse kind aan te vragen? Gemiddeld duurt zo’n procedure langer dan een jaar. Waar moet zij tot die tijd met haar kind van leven? Het lijkt erop dat de Nederlandse staat zich niet beseft wat het toetsingscriterium ‘eenhoofdig gezag’ feitelijk betekent.

Rechtbank
Inmiddels ligt deze zaak bij de rechtbank en zullen we moeten afwachten hoe de rechtbank hierover denkt. Na de uitspraak van de Raad van State van 20 april 2015, nr.201500313/1/V1, ECLI:NL:RVS:2015:1349 is er wellicht een kans dat de rechter die op deze zaak zal gaan beslissen toch een andere mening is toegedaan dan de IND. Het moge duidelijk zijn dat de rechtspraak hierover nog niet eenduidig is. Daarin de taak dan ook voor onze advocaat vreemdelingenrecht te Amsterdam om hierin voor u als cliënt duidelijkheid te scheppen. Onze advocaat vreemdelingrecht heeft zeer ruime ervaring met zaken waarin een ouder verblijf vraagt bij zijn in Nederland woonachtige kind voor wie hij of zij als alleenstaand ouder de zorg heeft.

Huiselijk geweld
In laatstgenoemde zaak kwam eveneens de vraag aan de orde of het huiselijk geweld door toedoen van vader ertoe kan leiden dat hij niet in staat kan worden geacht feitelijk voor het kind te zorgen. In deze zaak heeft de Afdeling geoordeeld dat de Staatssecretaris van Veiligheid & Justitie ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat het kind zodanig van haar afhankelijk is, dat het als gevolg van de weigering om aan haar hier te lande verblijf toe te staan, geen andere keus heeft dan met haar het grondgebied van de Unie te verlaten. In deze zaak had de SvV&J het huiselijk geweld niet betrokken bij zijn beoordeling van het beroep op art. 20 VWEU. Derhalve vloeit uit deze uitspraak niet direct voort dat huiselijk geweld door toedoen van de andere ouder zou leiden tot een verblijfsrecht voor de verzorgende ouder.

De Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep heeft het Europese hof in de verwijzingsuitspraak van 16 maart 2015 (ve15000489) verzocht antwoord te geven op de volgende vragen:

  1. Moet artikel 20 van het VWEU, aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat aan een derdelander, die de dagelijkse en daadwerkelijke zorg heeft voor zijn minderjarige kind, dat onderdaan van die lidstaat is, het recht van verblijf in die lidstaat ontzegt?
  2. Is voor de beantwoording van deze vraag van belang dat de wettelijke, financiële en/of affectieve last niet geheel bij deze ouder rust en voorts dat niet is uitgesloten dat de andere ouder, die onderdaan is van de lidstaat, feitelijk in staat zou kunnen zijn om voor het kind te zorgen.
  3. Dient in dat geval de ouder/derdelander aannemelijk te maken dat die andere ouder de zorg voor het kind niet op zich kan nemen, zodat het kind wordt verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de ouder/derdelander een verblijfsrecht wordt ontzegd?
mr. Liesbeth Boon

mr. Liesbeth Boon

Advocaat vreemdelingen- en familierecht bij Witlox Snijders Advocaten
Liesbeth Boon studeerde in 2009 af aan de UvA en is gespecialiseerd in het vreemdelingen-, familie-/personen- en sociaal zekerheidsrecht. In het verleden was ze werkzaam als griffier bij het Gerechtshof in Den Haag.
mr. Liesbeth Boon
mr. Liesbeth Boon

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE