Verjaringstermijn proces-verbaal; vijf of twintig jaar?

Een rechter kan tijdens een mondelinge behandeling op verzoek afspraken tussen partijen vastleggen in een zogenoemd proces-verbaal. Maar hoe lang kunnen partijen vorderingen instellen op grond van afspraken die in deze vorm zijn vastgelegd? Advocaat procesrecht Heleen Ceelen legt dit uit aan de hand van een zaak.

Vastleggen van een schikking in proces-verbaal
Begin dit jaar deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak waarin partijen tijdens een mondelinge behandeling de rechter hadden verzocht hun schikking vast te leggen in een proces-verbaal. Daarmee eindigde een procedure welke vooraf was gegaan door een conservatoir beslag. Partijen kwamen overeen dat de schuldenaar voor een bepaalde datum een bedrag zou terugbetalen waarna het beslag door de schuldeiser zou worden opgeheven.

Executiemaatregelen
De betaling bleef uit. Hoewel het proces-verbaal hierna wel binnen enkele weken door een deurwaarder aan de schuldenaar werd betekend, wachtte de schuldeiser vervolgens meer dan vijf jaar met het nemen executiemaatregelen. De schuldeiser kon hiertoe overgaan, omdat proces-verbaal was uitgegeven in executoriale vorm. Toen maatregelen in gang werden gezet verzocht de schuldenaar in een kort geding om opheffing van het beslag. De schuldenaar stelde dat een terugbetalingsverplichting inmiddels was verjaard en daarmee de grondslag voor het beslag was komen te vervallen.

Verjaringstermijn gerechtelijke uitspraken
De schuldeiser stelde kortgezegd dat een verjaringstermijn van twintig jaar van toepassing is op het proces-verbaal en het regime daarmee gelijk is aan de termijn voor een veroordelend rechterlijk of arbitraal vonnis. Over het algemeen geldt dat vonnissen niet tot in het oneindige ten uitvoer worden gelegd. In de wet is voor deze veroordelende rechtelijke en arbitrale uitspraken dan ook een algemene verjaringstermijn van in beginsel twintig jaar opgenomen. Hierop zijn namelijk verschillende specifieke uitzonderingen. De voorzieningenrechter, en het hof gingen niet mee in het betoog van de schuldeiser. Toch ging de schuldeiser in cassatie.

Verjaringstermijn overeenkomsten
De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat een proces-verbaal dat tijdens een mondelinge behandeling op verzoek van partijen door een rechter kan worden opgesteld met het oog op verjaring, niet gelijk kan worden gesteld met een rechtelijke uitspraak. Dit ondanks het feit dat het wordt opgesteld door een rechter en wordt uitgegeven in executoriale vorm. Het is geen rechterlijk oordeel, maar een vastlegging van afspraken die door partijen zijn gemaakt. Het betreft dan ook een (vaststellings-) overeenkomst, om welke reden moet worden aangeknoopt bij de wettelijke verjaringstermijnen voor vorderingen uit overeenkomsten van vijf jaar. De uitspraak van het hof bleef in stand.

Inhoud belangrijker dan vorm bij verjaring van proces-verbaal

Nu een tussenvonnis ook kan worden vastgelegd in een proces-verbaal en deze vorm wel kan worden aangemerkt als een gerechtelijke uitspraak, kan (mede gezien de uitspraak van de Hoge Raad) worden geconcludeerd dat niet de vorm waarin afspraken worden vastgelegd, maar de inhoud van de afspraken van belang zijn bij het oordeel welke verjaringstermijn van toepassing is.

Briefpapier drukken
mr. Heleen Ceelen

mr. Heleen Ceelen

Heleen heeft een brede interesse en is werkzaam op het gebied van het ondernemingsrecht, insolventierecht, arbeidsrecht, verbintenissenrecht en incasso.
mr. Heleen Ceelen

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE