Wanneer start de wettelijke bedenktijd ter zake van de vaststellingsovereenkomst?

Werkgever en werknemer hebben overeenstemming bereikt over het vertrek van werknemer. De afspraken die omtrent het vertrek zijn gemaakt, worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Volgens de regels van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is de werkgever verplicht in de vaststellingsovereenkomst een bepaling op te nemen waarin de werknemer na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst een termijn krijgt om de overeenkomst te herroepen. Dit wordt de wettelijke bedenktijd genoemd. Een door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst is daarmee niet langer definitief.

Wat is precies de wettelijke bedenktijd en wanneer gaat deze in?
Sluiten werkgever en werknemer een vaststellingsovereenkomst over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dan heeft de werknemer het recht om deze overeenkomt zonder opgaaf van redenen, binnen veertien dagen na de datum waarop de overeenkomt tot stand is gekomen, door een schriftelijke aan de werkgever gerichte verklaring te ontbinden. Als werkgever verzuimt dat recht op te nemen in de vaststellingsovereenkomst, dan bedraagt de termijn waar binnen de werknemer de overeenkomst kan ontbinden 3 weken. De bedenktijd gaat in na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen.

Vraag is echter: wanneer is  de overeenkomst tot stand gekomen? De wet geeft daarover geen uitsluitsel. De Rechtbank Rotterdam boog zich over die vraag en heeft in haar uitspraak van 10 februari 2016  bepaald dat de bedenktermijn gaat lopen vanaf het moment dat partijen  de vaststellingsovereenkomst hebben getekend. De handtekening was dus doorslaggevend. Een akkoord via e-mail volstaat volgens Rechtbank Rotterdam  niet.

De Rechtbank te Leiden was een andere mening toegedaan en overwoog in haar uitspraak van 1 juni 2016 (niet gepubliceerd)  dat het schriftelijkheidsvereiste in het kader van de bedenktermijn niet zo ver gaat dat de bedenktermijn pas start als beide partijen de vaststellingsovereenkomst hebben ondertekend. De kantonrechter concludeerde dat er over de essentialia van de beëindiging van het dienstverband was onderhandeld en uiteindelijk per email overeenstemming was bereikt. Volgens de kantonrechter was het op dat moment voor de werknemer duidelijk welke afspraken er waren gemaakt, waardoor zij op dat moment de consequenties van de beëindiging al kon overwegen. Op dat moment gaat – aldus de kantonrechter – de bedenktermijn lopen.

Wat te doen als werknemer?
Omdat er nog geen eensluidende rechtspraak is over het moment van aanvang van de bedenktermijn, is het voor de werknemer raadzaam het zekere voor het onzekere te nemen en uit te gaan van het standpunt van de Rechtbank Leiden. Derhalve vanaf het moment dat in hoofdlijnen de afspraken tot stand zijn gekomen, meestal via instemming over en weer per e-mail, begint de bedenktijd.

mr. Edwin van Jaarsveld

mr. Edwin van Jaarsveld

Ik heb ruim 25 jaar ervaring als jurist in het arbeidsrecht, huurrecht en overeenkomstenrecht.
mr. Edwin van Jaarsveld

Recente blogs van mr. Edwin van Jaarsveld (overzicht)

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE