In hoger beroep tegen faillietverklaring na eigen aangifte, kan dat?

In een recent gepubliceerde uitspraak van het hof Amsterdam lag de vraag voor of meneer X in hoger beroep kon worden ontvangen, nu het hoger beroep was gericht tegen zijn faillietverklaring dat op eigen verzoek was aangevraagd. Advocaat insolventierecht Heleen Ceelen bespreekt deze uitspraak.

Verzoek tot faillietverklaring
Een faillissementsverzoek kan door drie verschillende partijen worden ingediend bij een rechtbank, namelijk door een schuldeiser, de schuldenaar zelf en door het Openbaar Ministerie om redenen van openbaar belang. Een verzoek tot faillietverklaring door een schuldenaar wordt ook wel een eigen aangifte tot faillietverklaring genoemd.

Verzoek toelating Wsnp alternatief voor natuurlijke personen
Als een eigen aangifte een natuurlijk persoon betreft en deze persoon geen verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp) heeft ingediend wijst de rechtbank een verzoeker voor de behandeling van het verzoek ter zitting op de mogelijkheid om een Wsnp-verzoek te doen. Als een dergelijk verzoek uitblijft toetst een rechter tijdens de behandeling van het faillissementsverzoek een laatste maal of het faillissementsverzoek wordt doorgezet en wordt afgezien van een Wsnp-verzoek.

Hoger beroep of recht van verzet
Een schuldenaar die op verzoek van een derde in staat van faillissement is verklaard kan binnen een termijn van 8 dagen (na de dag van de uitspraak) hoger beroep tegen het faillissementsvonnis instellen als deze op het verzoek tot faillietverklaring is gehoord tijdens de zitting waarin het faillissementsverzoek is behandeld. Als een schuldenaar niet is gehoord heeft de schuldenaar het recht van verzet. De termijn voor verzet bedraagt 14 dagen (na de dag van de uitspraak). Laatstgenoemde termijn wordt verlengd tot een maand als de schuldenaar zich tijdens de uitspraak niet in Europa bevond.

Hoger beroep na een eigen aangifte
Het faillissement van X werd na een eigen aangifte uitgesproken. Na faillietverklaring kwam echter het besef dat een faillissement niet de gewenste route was, en ging X in hoger beroep. X stelde hierbij onder meer dat de rechtbank zijn Wsnp-verzoek ten onrechte niet heeft gehonoreerd.

Wsnp na faillietverklaring? Te laat!
X bleek voorafgaand én tijdens de behandeling van zijn verzoek tot faillietverklaring door de rechtbank te zijn gewezen op de mogelijkheid om hiervan af te zien en te opteren voor toegang tot de wettelijke schuldsanering (Wsnp). X maakte geen gebruik van deze mogelijkheid. Toen hij dat na faillietverklaring toch deed was het te laat, om welke reden de rechtbank zijn verzoek niet ontvankelijk verklaarde. X kon niet in hoger beroep of in verzet, deze rechtsmiddelen staan niet open voor een schuldenaar die op eigen aangifte in staat van faillissement wordt verklaard. Hoger beroep of verzet staan slechts open voor schuldenaar als een eigen aangifte wordt afgewezen.

Briefpapier drukken
mr. Heleen Ceelen

mr. Heleen Ceelen

Heleen heeft een brede interesse en is werkzaam op het gebied van het ondernemingsrecht, insolventierecht, arbeidsrecht, verbintenissenrecht en incasso.
mr. Heleen Ceelen

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE