Huurders hebben plichten, maar vooral ook rechten

Een opmerkelijk uitspraak van de rechtbank van Den Haag: een 51-jarige man moet na 28 jaar zijn kamer in een studentencomplex in Delft verlaten. De man sloot vlak vóór zijn afstuderen – in 1989 – de huurovereenkomst met de DUWO, de stichting voor studentenhuisvesting in Delft. In die huurovereenkomst stond nergens expliciet vermeld dat de kamer alleen voor studenten bestemd waren. Toch achtte de rechter dat, gezien alle feiten en omstandigheden, evident en oordeelde dat de man vóór 1 juni 2017 zijn studentenkamertje moet verlaten.

Hoewel bovenstaande uitspraak niet meer dan logisch klinkt, is het toch een beetje een vreemde eend in de bijt in de rechtspraak over huurgeschillen. De wetgever heeft er voor gekozen de huurder, over het algemeen de zwakkere partij, op veel fronten te beschermen tegen de verhuurder. Enkele rechten en plichten op een rijtje:

Rechten
Huurbescherming: Een huurovereenkomst eindigt in beginsel nooit vanzelf, tenzij expliciet een eindtermijn is aangegeven. De verhuurder moet altijd een geldige regel aangeven om de huur te beëindigen. Mocht het gehuurde object door de verhuurder worden verkocht aan een derde, blijft de huurovereenkomst in stand. De huurder zal dan zijn huur maandelijks moeten overmaken naar de nieuwe eigenaar. Die nieuwe eigenaar kan niet zomaar van de huurovereenkomst af!
Privacy: Een huurder heeft – logischerwijs – recht op privacy. Een groot goed, aldus de rechter. Dat betekent zelfs dat de verhuurder niet zonder toestemming van de huurder de gehuurde ruimte mag betreden, ondanks dat hij of zij eigenaar is. Natuurlijk bestaan hier uitzonderingen op, denk bijvoorbeeld aan een verhuurder die wil ingrijpen bij calamiteiten.

Plichten
Huur: De tegenprestatie die een huurder aan een verhuurder pleegt bestaat bijna altijd uit het voldoen van een maandelijkse som geld. Als een huurder dat nalaat, pleegt hij of zij wanprestatie. Bij ernstige wanprestatie is de verhuurder gerechtigd om de huurovereenkomst te ontbinden. In de regel hanteert de rechter de drie-maanden-norm: bij drie of meer maanden achterstand bestaat er voldoende reden om een huurovereenkomst te mogen opzeggen. Daarvan kan worden afgeweken: van woningcorporaties die zich richten op sociale huur verwacht de rechtbank vaak iets meer souplesse. Anderzijds kan een huurovereenkomst ook eerder worden ontbonden, als bijvoorbeeld blijkt dat de huurder ook op andere fronten overlast veroorzaakt.

Overlast
In het verlengde van bovenstaande: een huurovereenkomst is geen vrijbrief om zomaar alles in het gehuurde object te mogen doen. Het moge duidelijk zijn dat een huurovereenkomst altijd kan worden ontbonden als een huurder een hennepkwekerij in een gehuurde ruimte onderhoudt. Maar zo bont hoeft het niet gemaakt te worden: de rechtbank van Den Bosch oordeelde ooit eens dat een huurder die voortdurend ’s nachts harde muziek luisterde – en daardoor veel overlast voor de buren veroorzaakte – rechtmatig door de verhuurder de woning is uitgezet. Overlast is een ruim begrip, dat altijd naar de concrete feiten en omstandigheden moet worden uitgelegd.

Huurgeschillen zijn aan de orde van de dag en kent eigenlijk alleen maar verliezers: beide partijen zijn immers gebaat bij een soepele doorgang van een huurovereenkomst. Mocht u er onverhoopt toch niet uitkomen, aarzel dan niet om vrijblijvend contact op te nemen met een van de huurspecialisten van ons kantoor. Zij kunnen u vertellen welke rechten en plichten u in concreto heeft.

Over de auteur
Deze blog is een bijdrage van mr. René Menting. Hij is als advocaat verbonden aan het Wetshuys in Venlo en Venray. René heeft een natuurlijke gave om complexe vraagstukken snel te analyseren. Als doortastende strateeg stopt hij niet voordat hij de onderste steen boven heeft. Hij houdt zich bezig met goederen- en verbintenissenrecht en heeft een bijzondere aandacht voor bewindvoering, faillissement en WSNP.

Briefpapier drukken

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE