PGB-houder moet zorgverlener bij ontslag transitievergoeding betalen

Veel PGB-houders (persoonsgebonden budget) hebben een zorgverlener in dienst. Deze zorgverlener wordt betaald uit het persoonsgebonden budget. Tussen de PGB-houder en de zorgverlener bestaat dan een arbeidsovereenkomst. Tot nu toe was het niet duidelijk wat er zou gebeuren als de PGB-houder zijn zorgverlener ontslaat. De arbeidsovereenkomst met de zorgverlener is immers heel anders dan een arbeidsovereenkomst met een reguliere (commerciële) werkgever. De vraag is dan ook of het wel redelijk en billijk is dat de zorgverlener bij ontslag aanspraken kan maken op een transitievergoeding. Door een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is hier enige duidelijkheid in gekomen.

Ontslag en ontbinding arbeidscontract
Werkgever had een persoonsgebonden budget (PGB) en heeft een zorgverlener in dienst genomen die hem verschillende vormen van zorg verleent. De werkgever moet leven van een netto inkomen van € 1.515,48 per maand. Het salaris wordt betaald uit het PGB. Partijen hebben een verschil van mening gekregen, waarna de zorgverlener is ontslagen. De zorgverlener vordert bij de rechter onder meer vernietiging van de opzegging, en een transitievergoeding. De kantonrechter ontbindt op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter kent aan de werknemer echter geen transitievergoeding toe omdat dit onredelijkheid zou zijn.

Hoger beroep
De werkneemster komt in hoger beroep en maakt alsnog aanspraak op een transitievergoeding. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt op 22 maart 2017 dat weliswaar de arbeidsovereenkomst met een PGB’er anders is dan een reguliere arbeidsovereenkomst,

  • Omdat de werkgever geen (rechts)persoon is die als ondernemer deelneemt aan het maatschappelijk verkeer om economisch voordeel te hebben;
  • De PGB-houder is een privé persoon die is aangewezen op zorg van een derde;
  • Om aanspraak te kunnen maken op overheidsgelden en om die zorg te bekostigen (PGB) moet hij een zorgverlener als werknemer in dienst nemen.

Geen uitzondering
De (bijzondere) aard van de arbeidsovereenkomst vormt echter op zichzelf geen grond om de transitievergoedingsregeling buiten toepassing te laten. De wetgever heeft volgens het Hof echter in dit afwijkende geval geen uitzondering gemaakt voor de transitievergoeding. Als er sprake is van een fout, dan moet de wetgever hier in voorzien, aldus het Hof. Het is niet de taak van de rechter om daar een uitspraak over te doen. Ook verder zijn er geen persoonlijke omstandigheden die maken dat toekenning van een transitievergoeding onaanvaardbaar is:

‘Uit die, beperkte, gegevens kan niet worden afgeleid dat [verweerder] in het geheel niet in staat zal zijn om de transitievergoeding te betalen, ook niet (eventueel) in termijnen. In ieder geval komt uit die gegevens niet naar voren dat [verweerder] in deze op één lijn gesteld zou kunnen met een werkgever op wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is (één van de in artikel 7:673c lid 1 BW genoemde uitzonderingsgevallen)’.

De werkneemster heeft dus ook bij een PGB-relatie aanspraak op een transitievergoeding.

mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.
mr. Paul Snijders
mr. Paul Snijders

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE