Projectclausule in arbeidscontract ongeldig

Het gerechtshof in Amsterdam heeft op 24 januari 2017 bepaald dat een projectclausule in een arbeidscontract, die bepaalt dat de overeenkomst eindigt wanneer het project is afgelopen, niet onder alle omstandigheden geldig is. Dit soort clausules worden vaak opgenomen in arbeidscontracten die bedoeld zijn voor een bepaalde productie, zoals een reeks van voorstellingen of het produceren van een film. Ook wel een productie-gebonden overeenkomst genoemd. De clausule wordt dan de projectclausule genoemd. Onze advocaat arbeidsrecht in Amsterdam licht deze uitspraak toe.

Vaste einddatum
De arbeidsovereenkomsten vermeldde een vaste einddatum met de bepaling:

“Deze arbeidsovereenkomst is echter een ‘productie-gebonden’ overeenkomst, wat betekent dat deze arbeidsovereenkomst ook eerder dan voornoemde einddatum van rechtswege zal kunnen eindigen indien en zodra de Productie stopt, namelijk op de eerste dag na de laatste voorstelling van de Productie.” In sommige overeenkomsten was nog vermeld: “Wanneer de laatste voorstelling plaatsvindt is afhankelijk van diverse externe factoren.”.

Rechtsgeldig einde arbeidscontract?
De werkgever beriep zich op deze clausule en liet weten dat de productie en daarmee de arbeidsovereenkomsten op 30 juni 2016 eindigden.

De medewerkers waren het niet eens met dit ontslag en begonnen een procedure bij de kantonrechter. Deze oordeelde dat de projectclausule toelaatbaar was zodat de arbeidsovereenkomsten rechtsgeldig geëindigd zijn.

Gesloten stelsel van het ontslagrecht
Tegen dit oordeel kwamen de werknemers in hoger beroep. Het hof Amsterdam oordeelde dat de projectclausule niet past in het gesloten stelsel van het ontslagrecht. Als reden noemde het hof dat de projectclausule niet duidelijk maakt wanneer deze precies in werking zou treden. Er kunnen immers vele redenen zijn om een productie stop te zetten. Omdat de clausule erg algemeen was, vond het hof dat de interpretatievrijheid die de werkgever had om het arbeidscontract te beëindigen, te ruim was. De werkgever kwam daarmee de bevoegdheid toe die normaal toekomt aan het UWV of (in beroep) de rechter. Volgens het hof had de werkgever zich een subjectieve keuze toegeëigend om al of niet het contract te beëindigen. Daarmee was de werkgever op de stoel van het UWV gaan zitten.

Bedrijfseconomische belangen
Deze vrijheid van keuze verdraagt zich niet met het stelsel van het ontslagrecht. Of er sprake is van afweging van bedrijfseconomische belangen komt in eerste instantie toe aan het UWV. Voor de werknemers was het bovendien niet duidelijk op basis van welke externe factoren de productie zou stoppen.

De conclusie hiervan is dat de projectclausule onder de gegeven omstandigheden niet past in het gesloten systeem van het ontslagrecht en om die reden niet toelaatbaar is, althans niet tot rechtsgeldig ontslag kan leiden. Het salaris moet dan worden doorbetaald tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd.

mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.
mr. Paul Snijders
mr. Paul Snijders

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE