Prostitutie in huurwoning: reden voor ontruiming

De rechtbank Amsterdam heeft kort geleden een vordering van woningcorporatie Eigen Haard toegewezen om een sociale huurwoning te ontruimen omdat de huurder daarin gelegenheid heeft gegeven aan een mevrouw om vanuit de woning als prostituee werkzaamheden te verrichten in samenwerking met haar vriend. Volgens de rechtbank was dat voldoende grond om de woning te ontruimen. Advocaat huurrecht Robert van Ewijk bespreekt het vonnis.

Huurder wist niet wat vriendin deed als hij weg was
De huurder van de woning is werkzaam als artiest en verbleef vaak bij zijn vriendin. Een dame die in het vonnis wordt aangemerkt als “naam 1” verbleef vaak in de woning van de huurder en had zelf een partner. De huurder dacht dat naam 1 zijn vriendin was en hij wist niet wat zij in de woning deed als hij er niet was.

Prostitutie en huurachterstand: Eigen Haard vordert ontruiming
Volgens naam 1 was de huurder daar wel degelijk van op de hoogte. Aan een door Eigen Haard ingeschakelde rechercheur heeft zij namelijk verklaard dat zij niet in de woning woonde maar bij haar moeder en dat zij vanuit de woning als prostituee werkzaamheden verrichte in samenwerking met haar vriend. Daar was volgens haar de huurder gewoon van op de hoogte. Ze hoefde voor het gebruik van de woning niet te betalen maar moest af en toe boodschappen doen, aldus naam 1. Gelet daarop, en gelet op de betaalachterstand van ruim 3 maanden die de huurder had opgebouwd, vorderde Eigen Haard in kort geding dat de rechtbank Amsterdam de huurder tot ontruiming zou veroordelen.

Rechtbank concludeert dat huurder onvoldoende toezicht hield op woning
De rechtbank vindt het niet relevant of de huurder op de hoogte was van de activiteiten van de prostituee vanuit de woning. De rechtbank meent namelijk dat hij als huurder al tekort is geschoten door onvoldoende toezicht te houden op de woning. Als gevolg daarvan kon mevrouw naam 1 haar werkzaamheden als prostituee vanuit de woning verrichten, wat in strijd is met de bepalingen van het huurcontract. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de gevorderde ontruiming toewijsbaar is.

Niet alleen het handelen in strijd met huurovereenkomst
Uit dit vonnis valt dus af te leiden dat niet alleen het handelen in strijd is met de huurovereenkomst. Ook het willens en wetens toelaten dat in strijd met de huurovereenkomst wordt gehandeld door een derde is grond voor ontruiming van het gehuurde. En zelfs het onvoldoende toezicht houden op het gehuurde, waardoor in strijd met de huurovereenkomst kan worden gehandeld, is voldoende grond voor de ontruiming.

Verantwoordelijkheid van huurder
De verantwoordelijkheid van de huurder gaat dus erg ver. Wanneer u te maken heeft met een huurder die in strijd handelt met de huurovereenkomst, kunt u contact opnemen met de advocaat huurrecht van AMS advocaten.

Vonnis: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:1537

Briefpapier drukken
mr. Robert van Ewijk

mr. Robert van Ewijk

Advocaat bij AMS Advocaten
Robert adviseert en procedeert met name op het gebied van verbintenissenrecht, waaronder het vastgoedrecht, huurrecht bedrijfsruimte en VvE-recht. Robert staat bij zijn cliënten bekend als een efficiënt werkende advocaat, die snel tot de kern van de zaak komt en daarbij de belangen van zijn cliënten altijd vooropstelt.
mr. Robert van Ewijk
mr. Robert van Ewijk

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE