Het recht op vaderschapsverlof in de Wet arbeid en zorg op de schop?

Hoewel moeders in Nederland recht hebben volgens de Wet arbeid en zorg op zestien weken moederschapsverlof, moeten de vaders het in Nederland doen met respectievelijk twee dagen betaald vaderschapsverlof na de geboorte van het kind. Daarmee lopen de vaders in Nederland (hopeloos) achter op het gemiddelde binnen de landen van de Europese Unie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waar twee weken betaald verlof voor vaders de minimale norm lijkt te zijn.

Wijziging van de Wet arbeid en zorg op 1 januari 2015
Sinds de laatste wijziging van de Wet arbeid en zorg in 2015 hebben vaders in Nederland nu recht op verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, voor het bijwonen van de bevalling van de moeder van het kind (calamiteitenverlof). Deze billijke tijd komt in de rechtspraktijk vaak overeen met de duur van 1 dag. Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont of degene van wie hij het kind erkent, heeft de werknemer gedurende een tijdvak van vier weken volgens art. 4:2 Wet arbeid en zorg recht op verlof met behoud van loon voor twee dagen waarop hij arbeid pleegt te verrichten (kraamverlof). Aanvullend op deze twee dagen hebben vaders sinds 1 januari 2015 recht op drie dagen onbetaald ouderschapsverlof, welke de werkgever niet mag weigeren binnen het tijdvak van vier weken. Na de vier weken heeft de vader, in overleg met de werkgever, recht op het resterende ouderschapsverlof voor de duur van zesentwintig maal de wekelijkse arbeidsduur. Dit wordt niet bij wet voorzien van een financiële vergoeding, maar werkgever en werknemer kunnen wel anders afspreken in een individuele arbeidsovereenkomst of bij cao.

Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet arbeid en zorg
Op 25 november 2016 diende minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel uitbreiding kraamverlof in bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel behelst een uitbreiding van het betaalde vaderschapsverlof van twee naar vijf dagen, waarvan de extra drie dagen betaald verlof door een nieuw in te stellen vaderschapsverlofuitkering dient te worden gefinancierd vanuit het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. De extra dagen verlof zouden volgens het wetsvoorstel vanaf 1 januari 2019 uitgekeerd moeten worden.

De Europese Unie
De Europese Unie is steeds meer op weg richting een gezamenlijke richtlijn voor het vaderschapsverlof, zoals deze reeds al bestaat voor het ouderschapsverlof (EU richtlijn 2010/18/EU voornamelijk) en het moederschapsverlof (EU richtlijn 92/85/EG). Het Europees Parlement heeft al reeds in 2016 een resolutie (resolutie 12 mei 2016 t.a.v. het bevorderen tot opnemen ouderschaps- en vaderschapsverlof door mannen) ingediend tot twee weken betaald vaderschapsverlof welke onder gelijkwaardige omstandigheden, behalve de duur, dient te worden uitgekeerd als het moederschapsverlof. Op 26 april 2017 kwam de Europese Commissie in haar voorstel met eenzelfde periode van betaald vaderschapsverlof voor vaders binnen de lidstaten. Gezien het feit dat al 18 Europese lidstaten voorzien in een vaderschapsverlof van minimaal twee weken (10 werkdagen), kan het zomaar zijn dat binnen niet afzienbare tijd de Europese Unie overgaat tot een definitieve richtlijn omtrent het betaald vaderschapsverlof van twee weken binnen de lidstaten. Daarmee zouden vooral de Nederlandse vaders in de toekomst aanzienlijk vooruitgaan op de huidige wettelijke situatie na de geboorte van het kind.

Over de auteur
Deze blog is een bijdrage van mr. Drissen, naamgever van Juridisch Advies Drissen. Zijn kantoor heeft een brede juridische achtergrond en werkervaring in diverse rechtsgebieden waardoor er onder meer geadviseerd en geprocedeerd kan worden op het gebied van het arbeidsrecht, bestuursrecht, contracten- en aansprakelijkheidsrecht en het strafrecht.

Briefpapier drukken

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE