Het schriftelijkheidsvereiste voor een relatiebeding net zo streng als voor een concurrentiebeding?

Bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst nemen veel werkgevers in de overeenkomst met de werknemer zowel een concurrentiebeding als een relatiebeding op. Het concurrentiebeding heeft als doel te voorkomen dat de werknemer in een bepaalde tijdsperiode na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij de directe concurrent gaat werken of een zelfstandige onderneming gaat drijven in de buurt van de vroegere werkgever. Aangezien de werknemer in zijn grondrecht op vrije arbeidskeuze ernstig belemmerd wordt, zijn er aan de vereisten van een concurrentiebeding strenge eisen gesteld. De werknemer moet zich onder meer goed bewust zijn van de inhoud en consequenties van het concurrentiebeding. De wetgever heeft dit in art. 7:653 lid 1 sub b BW onder meer vastgelegd door te verplichten dat elk concurrentiebeding van de werkgever met een meerderjarige werknemer schriftelijk dient te worden overeengekomen.

HR 28 maart 2008 (Philips/Oostendorp)
In haar arrest uit 2008 liet de Hoge Raad (HR 28 maart 2008, JAR 2008/113) zich uit over het schriftelijkheidsvereiste van een concurrentiebeding. Het concurrentiebeding mag naast de arbeidsovereenkomst tevens in een reglement of een collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen worden. Het criteria of voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste is hierbij de vraag of de werkgever deze documenten als bijlage heeft verstrekt aan de werknemer bij aanvang of verlenging van de arbeidsovereenkomst. Voor de geldigheid van het concurrentiebeding is het niet vereist dat de bijgevoegde arbeidsvoorwaarden tevens ondertekend zijn of evenmin dat de akkoordverklaring op de arbeidsovereenkomst direct verwijst naar de aanvaarding van het concurrentiebeding.

Een relatiebeding
Een relatiebeding verbiedt de werknemer om de (voormalig) klanten van de vroegere werkgever mee te nemen naar de nieuwe baan of onderneming. Geeft de werknemer hier geen gehoor aan dan kan dat op risico van een boetebeding leiden tot hoge contractuele kosten. De werknemer moet deze risico’s dan ook bij aanvang van de arbeidsovereenkomst kunnen overwegen. De wetgever heeft echter het relatiebeding niet zoals het concurrentiebeding wettelijk opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Hoewel aangenomen wordt dat de algemene regels uit art. 7:653 BW ook van toepassing zijn op een relatiebeding is het maar de vraag of alle vereisten van een concurrentiebeding hetzelfde dienen te worden uitgelegd bij een relatiebeding.

HR 3 maart 2017 (Lodder c.s. / werknemer)
In deze zaak uit 2017 vorderde het adviesbureau Lodder een bedrag van bijna drie ton van de voormalige werknemer. De werknemer had ontslag genomen waarna het zelfstandig een onderneming heeft gestart. Daarbij zou de werknemer echter naar de mening van de werkgever het relatiebeding tussen hen geschonden hebben. De werknemer was echter van mening dat dit beding niet schriftelijk overeengekomen was waardoor deze hem niet kon worden tegengeworpen.

In de arbeidsovereenkomst tussen het adviesbureau en de werknemer stond het volgende beding (art. 5 lid 1 arbeidsovereenkomst):

“U bent verplicht om overleg te plegen met werkgever alvorens in dienst te treden bij een andere werkgever, waarvan u weet, of waarvan blijkt, dat deze een cliënt is van werkgever of van de met werkgever samenwerkende ondernemingen en personen.”

Artikel 8 van dezelfde arbeidsovereenkomst bepaalt verder dat de arbeidsvoorwaarden van de arbeidsovereenkomst nader vormgegeven worden in het personeelsreglement welke een onlosmakelijk onderdeel van de arbeidsovereenkomst vormt. In art. 6.1 van dit personeelsreglement staat in lid 2 een relatiebeding opgenomen. Punt van geschil in deze zaak was niet of de werknemer relaties van zijn ex-werkgever had bediend, maar of de werknemer überhaupt aan het relatiebeding gebonden was nu het relatiebeding niet in de arbeidsovereenkomst opgenomen was en het personeelsreglement niet vóór of bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst was overhandigd door de werkgever. De Hoge Raad overweegt dat art. 7:653 BW ook ziet op een relatiebeding in het onderhavige geval tussen Lodder / werknemer. Dat betekent dat het toetsingskader zoals geformuleerd in het Philips/Oostendorp arrest in deze van toepassing is.

De Hoge Raad oordeelt dat aan de schriftelijkheidsvereiste niet voldaan is nu de eisen volgens HR Philips / Oostendorp strikt moeten worden uitgelegd. Nu niet is komen vast te staan dat het personeelsreglement bij de ondertekening van de arbeidsovereenkomst gevoegd was, óf evenmin vastgesteld is dat de werknemer in de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk verklaart dat hij instemt met het relatiebeding, waarbij Lodder tevens had moeten bewijzen dat de arbeidsvoorwaarden met het relatiebeding daadwerkelijk bij de te ondertekenen arbeidsovereenkomst gevoegd was, is in deze zaak niet aan het schriftelijkheidsvereiste van art. 7:653 BW voldaan. Het relatiebeding werd niet rechtsgeldig verklaart waarbij de werknemer geen enkele boete opgelegd kon worden.

De uitspraak van de Hoge Raad op 3 maart bevestigt (nogmaals) dat er geen verschil zit in de beoordeling van de striktheid van het schriftelijkheidsvereiste van een concurrentiebeding of een relatiebeding. Voor werkgevers geldt dan ook dat de meest veilige optie voor zowel een concurrentie- als een relatiebeding het opnemen hiervan in de arbeidsovereenkomst zelf is.

Over de auteur
Deze blog is een bijdrage van mr. Drissen, naamgever van Juridisch Advies Drissen. Zijn kantoor heeft een brede juridische achtergrond en werkervaring in diverse rechtsgebieden waardoor er onder meer geadviseerd en geprocedeerd kan worden op het gebied van het arbeidsrecht, bestuursrecht, contracten- en aansprakelijkheidsrecht en het strafrecht.

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE