Syriër krijgt 14 jaar cel voor doodslag en verbranden lichaam in bos bij Esch

Een 29-jarige man, afkomstig uit Syrië, is in hoger beroep veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. Hij heeft in Esch een landgenoot om het leven gebracht en zijn lichaam vervolgens in het bos in brand gestoken.

Worsteling
De verdachte had een geheime relatie met de vrouw van het latere slachtoffer. In de nacht van 16 op 17 november 2014 ging de verdachte naar het huis in Esch waar het slachtoffer woonde met zijn gezin. Daar zocht hij de confrontatie, er volgde een worsteling waarbij het slachtoffer op zijn buik viel. De verdachte ging op hem zitten en nam hem in een nekklem om hem tegen de grond te houden. Hierdoor kon het slachtoffer moeilijk ademen. Als gevolg van het handelen van de verdachte is hij overleden.

Verdoezelen
De verdachte heeft het lichaam van het slachtoffer samengebonden met touw en in een fietskar naar het bos vervoerd, waar hij het in brand heeft gestoken. Zo probeerde hij te verdoezelen hoe de man om het leven was gekomen. Een voorbijganger trof de volgende ochtend het lichaam aan en waarschuwde de politie. Pas een week later kon de man worden geïdentificeerd doordat in de media gezichtsreconstructiefoto’s werden verspreid. Buren van het slachtoffer herkenden hem toen.

Respectloos
Het hof vindt net als de rechtbank en het OM bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd. Het slachtoffer was vader van een Syrisch gezin, dat nog niet lang daarvoor hun thuisland was ontvlucht. Hij laat onder meer 3 jonge kinderen na. De verdachte heeft de nabestaanden groot en onherstelbaar leed toegebracht. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de zoon van het slachtoffer blijkt dat de gebeurtenissen een diepe en blijvende impact op het leven van de nabestaanden hebben.

De verdachte is zeer respectloos omgegaan met het lichaam van het slachtoffer. Bovendien heeft de man in de periode dat het slachtoffer werd vermist de kinderen van het slachtoffer, andere nabestaanden en zijn omgeving in de waan gelaten dat het slachtoffer nog leefde. Ook trachtte hij direct na de dood van het slachtoffer diens plek als vader in het gezin in te nemen. Dit alles getuigt van een groot gebrek aan piëteit. Verder is hij volledig voorbijgegaan aan de gevoelens van derden door het lichaam zo achter te laten.

De opgelegde straf komt overeen met de eis maar is hoger dan de celstraf van 11 jaar, die de rechtbank Oost-Brabant eerder oplegde. Het hof vindt dat de door de rechtbank opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan.

Arrest: ECLI:NL:RBOBR:2016:719

Bron: De Rechtspraak

Redactie

Redactie

Onze redactie houdt je dagelijks op de hoogte van actuele en relevante juridische ontwikkelingen, uitpraken en nieuws.
Redactie
Redactie

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE