De verhuur van bedrijfsruimte, zo zit het!

Hoe zit dat nou? U bent eigenaar van een pand en verhuurt dit aan een bedrijf. U sluit een huurcontract af voor een periode van vijf jaar. Één maand voor afloop van die termijn van vijf jaar, zegt de huurder ineens op. Kan dat zomaar? Kan een huurder ook binnen die vijf jaar gewoon opzeggen? Bijvoorbeeld omdat hij na een jaar besluit toch met het bedrijf te stoppen. In de praktijk blijkt dat dit voor veel mensen niet duidelijk is. Vandaar dit artikel.

De wetgever heeft hier namelijk best wel het een en ander over geregeld in de wet. Er zijn regels voor de huur van alle panden en regels die specifiek zien op de huur van woonruimte en andere op de huur van bedrijfsruimten. In dit artikel heb ik het over de laatste categorie.

Wanneer u een bedrijfsruimte verhuurd, dan bent u als huurder en verhuurder allebei voor de overeengekomen periode aan elkaar gebonden. Tussentijds kan de huurovereenkomst niet opgezegd worden. Dit kan alleen als beide partijen het daarmee eens zijn.

Na afloop van de huurperiode, kan de huur ook niet zomaar door een ieder opgezegd worden. De huurder kan de huurovereenkomst opzeggen wanneer hij rekening houdt met de opzegtermijn. Doorgaans bedraagt die opzegtermijn één jaar. Dat betekent, dat als het huurcontact is aangegaan voor vijf jaar, bijvoorbeeld ingaande op 1 december, de huur voor afloop van het vierde jaar, dus voor 1 december, schriftelijk opgezegd dient te worden bij de verhuurder.

Gebeurt dat niet, dan is de huurder te laat en loopt de huurovereenkomst ook na afloop van de vijf jaar gewoon door. Let daar dus op verhuurder. Wanneer een huurder drie maanden voor afloop van de termijn opzegt, kunt u de huurder aan het contract houden.

Andersom kan een verhuurder zeer moeilijk onder een huurovereenkomst uit. Een verhuurder kan een huurovereenkomst schriftelijk wel opzeggen. Wanneer de huurder echter niet instemt met de opzegging, blijft de huurovereenkomst in stand. De verhuurder zal zich in dat geval moeten wenden tot de kantonrechter, om te vragen de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter kan die vordering van de verhuurder alleen maar toewijzen, op een aantal in de wet genoemde gronden. Dat kan zijn dat de bedrijfsvoering van de huurder niet is geweest zoals een goed huurder betaamt, of dat de verhuurder aannemelijk maakt dat hij het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en dat de verhuurder het pand daarom dringend nodig heeft.

Wanneer de rechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst toewijst, kan de rechter aan de verhuurder een verplichting opleggen om een verhuiskostenvergoeding te betalen aan de huurder.

mr. Marcia Geerts

mr. Marcia Geerts

Marcia Geerts heeft ruime ervaring op de rechtsgebieden arbeids-, personen/familie-, straf-, verbintenissen- en sociaal zekerheidsrecht. Ze is sinds 2003 advocaat en heeft al meer dan 10 jaar haar eigen advocatenpraktijk.
mr. Marcia Geerts
mr. Marcia Geerts

Reageer

Wees de eerste met een reactie

Ontvang alerts
avatar
wpDiscuz
SLUIT
CLOSE