Franchisenemers Hema krijgen grotendeels gelijk in geschil met hoofdkantoor

De rechtbank Amsterdam heeft vandaag de franchisenemers van de Hema grotendeels in het gelijk gesteld in een geschil met het hoofdkantoor. Het geschil ging over de vraag wie (de franchisenemers of het hoofdkantoor) welk deel van de uitgaven aan de centraal geregelde e-commerce activiteiten op zich moest nemen.

Over de verdeling van die uitgaven waren nadere afspraken gemaakt in een vaststellingovereenkomst – maar die overeenkomst werd door beide partijen verschillend uitgelegd. De rechtbank oordeelt nu – met de franchisenemers – dat het hoofdkantoor bij de financiële afrekening over het verleden niet mag afwijken van de in de vaststellingsovereenkomst neergelegde uitgangspunten en criteria.

Die uitgangspunten en criteria hielden bijvoorbeeld in dat de franchisenemers uitsluitend zouden meebetalen aan investeringen in e-commerce activiteiten in Nederland en niet in het buitenland. Daarnaast hoeven de franchisenemers alleen bij te dragen aan de operationele kosten van de afdeling E commerce Distributiecentrum – en uitdrukkelijk niet aan de algemene of overheadkosten van het hoofdkantoor.

In de vaststellingovereenkomst hebben beide partijen ook afgesproken de bestaande afspraken rond e-commerce gezamenlijk te zullen evalueren. Het hoofdkantoor bepleitte dat de uitkomst van de evaluatie moest worden afgewacht, voordat er over het verleden kon worden afgerekend. De rechtbank gaat daar niet in mee.

Bron: De Rechtspraak

Redactie

Redactie

Onze redactie houdt je dagelijks op de hoogte van actuele en relevante juridische ontwikkelingen, uitpraken en nieuws.
Redactie

Reageer

avatar
  Subscribe  
Ontvang alerts
SLUIT
CLOSE