10/12/2019 10:11

Inbewaringstelling gefailleerde in strijd met EVRM?

Gedurende faillissement geldt voor een gefailleerde een inlichtingenplicht. Een gefailleerde dient met name zijn curator te voorzien van alle inlichtingen die deze bij hem opvraagt. Als een gefailleerde blijft weigeren om inlichtingen te verstrekken kan de rechtbank worden verzocht om de failliet in bewaring te stellen. Dit wordt ook wel gijzeling genoemd. Advocaat insolventierecht Heleen Ceelen bespreekt een recente uitspraak van de Hoge Raad waaruit volgt uit dat deze informatieplicht voor de persoonlijke vrijheid van gefailleerde kan gaan.

Zwijgrecht moet zwaarder wegen
In een recente gepubliceerde uitspraak oordeelde de Hoge Raad over een situatie waarin een gefailleerde in bewaring was gesteld en vervolgens een verzoek indiende om uit deze bewaring te worden ontslagen. De gefailleerde stelde geen inlichtingen te willen verstrekken omdat zijn curator kenbaar had gemaakt aangifte wegens faillissementsfraude tegen hem te zullen gaan doen. Bij het verstrekken van de verzochte informatie zou de gefailleerde zichzelf naar eigen zegge kunnen incrimineren. Zijn zwijgrecht zou daarom zwaarder moeten wegen dan zijn informatieplicht.

Hof: geen strijd met het EVRM
De rechtbank en het hof wijzen het verzoek af. Het Hof overweegt daarbij onder meer dat de informatieplicht van gefailleerde niet in strijd is met het bepaalde in artikel 5 en 6 EVRM, meer specifiek het beginsel dat niemand gehouden is tegen zichzelf bewijs te leveren. Een faillissementsgijzeling is daarbij een dwangmiddel tegen niet-meewerken, welke niet bestraffend is maar rechtsherstellend. Zonder dit dwangmiddel zou de noodzakelijke informatieplicht haar effectiviteit voor een belangrijk deel missen. Het hof concludeert dat indien gefailleerde gegevens moet verstrekken die aanleiding zouden kunnen zijn om een strafvervolging tegen hem te beginnen, niet af doet aan zijn verplichtingen uit de Faillissementswet. De bij inbewaringstelling betrokken belangen wegen ook gezien de feiten en omstandigheden in dit geval zwaarder dan de inbreuk op de persoonlijke vrijheid.

Hoge Raad: uitsluitend gebruik voor afwikkeling faillissement
De Hoge Raad stelt vast dat de inlichtingen op grond van eerdere rechtspraak moeten worden aangemerkt als bewijsmateriaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van gefailleerde. Hieruit volgt dat indien niet kan worden uitgesloten dat de inlichtingen tevens tegen de gegijzelde zullen worden gebruikt nationale autoriteiten moeten waarborgen dat het recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan worden uitgeoefend nu regelgeving op dit punt ontbreekt. De Hoge Raad wijst het verzoek van gefailleerde tevens af maar verbindt aan de afwijzing wel de restrictie dat door gefailleerde te verstrekken inlichtingen uitsluitend mogen worden gebruikt ten behoeve van de afwikkeling van het faillissement.

mr. Heleen Ceelen

mr. Heleen Ceelen

Heleen heeft een brede interesse en is werkzaam op het gebied van het ondernemingsrecht, insolventierecht, arbeidsrecht, verbintenissenrecht en incasso.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
SLUIT