24/08/2019 11:31

Opdrachtovereenkomst na arbeidsovereenkomst: geen recht op salaris

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 12 november 2014 een uitspraak gedaan over de vraag of een zzp-er, die eerst een arbeidsovereenkomst had, die werd opgevolgd door een opdrachtovereenkomst, recht heeft op salaris wegens het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Advocaat mr. Paul Snijders van Witlox Snijders Tuzkapan Advocaten in Amsterdam geeft uitleg.

Zorgovereenkomst
Partijen waren op 1 november 2012 een zorgovereenkomst aangegaan. Deze overeenkomst vermeldde als sub kopje ‘arbeidsovereenkomst’. Op basis van die overeenkomst diende betrokkene als zorgverlener werkzaamheden te verrichten bestaande uit het verlenen van hulp bij het huishouden, begeleiding en vervoer wanneer dat medisch is geïndiceerd.

Freelancer
Kort daarna zijn partijen zijn een nieuwe ‘zorgovereenkomst’ aangegaan. Deze overeenkomst vermeldt als sub kopje ‘met een freelancer’. Hierin wordt een variabel aantal uren gewerkt en geldt een ander uurbedrag. Ook is vermeld dat betrokkene over een VAR-wuo verklaring beschikt en dat de vergoeding overgemaakt dient te worden op het rekeningnummer van de onderneming van betrokkene.

Arbeidsovereenkomst
Als de cliënt de overeenkomst met betrokkene opzegt, stelt betrokkene dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan. Omdat niet de opzegtermijn in acht is genomen (van een maand), maakt betrokkene aanspraak op loon over die opzegtermijn, € 3.275,85.

Scheidslijn
De rechtbank merkt op dat de scheidslijn tussen een freelance-overeenkomst en een arbeidsovereenkomst dun kan zijn, en dat de naam die partijen aan de overeenkomst geven niet bepalend is voor de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst dan wel een freelance-overeenkomst.

Welbewust
Gelet op de omstandigheden van het geval meent de kantonrechter dat partijen ‘welbewust’ verschillende overeenkomsten met elkaar zijn aangegaan. Er zijn essentiële verschillen tussen beide overeenkomsten: zo vermeldt de eerste overeenkomst ‘arbeidsovereenkomst’ met een vast aantal uren van 9 uur per week. De tweede overeenkomst vermeldt een variabel aantal uren ‘waarbij niet gesteld of gebleken is dat betrokkene niet zelf kon bepalen of zij wel of niet beschikbaar was voor het verrichten van werkzaamheden’. Er staat niets vermeld over een vergoeding van vakantie-uren. Wel is vermeld dat betrokkene over een VAR-wuo verklaring beschikt en dat de vergoeding overgemaakt moet worden naar de onderneming van betrokkene.

Samenwerking
Volgens de kantonrechter kan uit het sluiten van de tweede overeenkomst niets anders worden afgeleid dan dat partijen hun samenwerking op een andere manier vorm wilden geven, ook omdat de uren zijn veranderd van vast naar flexibel met een hoger uurloon.

Zelfstandigheid
Opmerkelijk is de volgende overweging:

‘Gelet op de ernst van de beperkingen die de cliënt heeft (hij is volledig zorgbehoevend), moet het er -nu daaromtrent niets anders is gesteld- voor worden gehouden dat betrokkene een grote mate van zelfstandigheid had bij het uitvoeren van de overeengekomen zorgtaken. Dit alles in aanmerking genomen en in onderling verband bezien, leidt tot het oordeel dat de tussen partijen gesloten zorgovereenkomst d.d. 1 maart 2013 is aan te merken als een overeenkomst van opdracht’.

Conclusie
Deze uitspraak doet enigszins gekunsteld aan. Instructiebevoegdheid komt ook bij een opdracht/free-lance overeenkomst voor en dat alleen is op zich niet bepalend voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst. En ook met een VAR verklaring kan een arbeidsovereenkomst worden aangenomen.

Er zijn nogal wat onduidelijkheden in deze zaak. Zo is niet duidelijk of betrokkene nog meer opdrachtgevers had. Ook werd niet duidelijk wat de reden was om zo snel al een tweede (opdracht)overeenkomst te sluiten, terwijl de werkzaamheden niet anders zullen zijn geweest dan in de eerste (arbeids)overeenkomst, en waarom betrokkene daar aan meewerkte. In ieder geval heeft betrokkene hier aan meegewerkt door een VAR verklaring aan te vragen (althans dat staat zo in de 2e overeenkomst) en het salaris over te laten maken naar de rekening van zijn bedrijf. Door dit element van ‘vrijwilligheid’ bij het tot stand komen van de tweede overeenkomst, onderscheidt deze zaak zich van EC LI:NL:RBAMS:2013:8881, waarin de kantonrechter te Amsterdam oordeelde dat een viooldocent ‘niet vanuit een maatschappelijk positie als vrij ondernemer’ de opdracht-overeenkomst was aangegaan.

mr. Paul Snijders

mr. Paul Snijders

Ik richt mij hoofdzakelijk op advisering, begeleiding en het voeren van procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
CLOSE