18/06/2019 19:09

Zakenpartners die te laat klagen, worden overgeslagen

Wie ontdekt dat iets of iemand onder de maat is, moet dat gauw genoeg aankaarten. Anders vervalt de hele claim. Deze klachtplicht ligt vast in de wet en geldt overal. Een recent vonnis maakt duidelijk dat dit ook zo is als zakenpartners elkaar de tent uit vechten. Advocaat Niek van de Pasch geeft uitleg.

Bedrijfsconflict
Twee broers en hun vader hebben samen een aannemersbedrijf. Laten we de jongens Albert en Berend noemen. Of Jos. De broers krijgen onderling ruzie, omdat hun management fees ongelijk zijn. Na wat gesprekken met een mediator betaalt het bedrijf een kleine ton aan Albert. De bonje blijft. Een half jaar later stuurt hij een schaderapport aan vader en Jos, met de titel ‘Rapport Benadeling Aannemersbedrijf’. Die twee verwerpen alle beschuldigingen in dat stuk. Intussen praten Albert en Jos voorzichtig over een uitkoop. Voordat het zo ver komt, laten vader en Jos het bedrijf failliet verklaren.

Schadeclaim
Het schaderapport suggereert claims van het bedrijf op vader en Jos. De curator draagt deze over aan Albert. Die sleept zijn broer en vader meteen voor de rechter. Zij hebben volgens hem het bedrijf slecht bestuurd en zo voor dik een miljoen euro schade aangericht. De wet zegt daar wel wat over: ‘Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur.’

Onbehoorlijk bestuur
Albert geeft toe dat de wet het voltallige bestuur aansprakelijk houdt voor de hele schade. Diezelfde wet ontslaat Albert echter van deze aansprakelijkheid als ‘hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.’ Volgens Albert is dat hier inderdaad het geval. Hij was zelf altijd de man op de vloer, schoof nooit aan bij vergaderingen en liet de strategie en financiën over aan vader en Jos. Bij die rol past volgens Albert geen aansprakelijkheid voor slecht bestuur.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
De rechtbank noemt dit verhaal ‘vanuit menselijke optiek wellicht begrijpelijk’, maar vindt dat het juridisch toch echt anders in elkaar zit. Albert is volgens de statuten net zo goed bestuurder als vader en Jos. In de praktijk onttrok hij zich volledig aan die verantwoordelijkheid. Zo makkelijk komt iemand natuurlijk niet onder zijn aansprakelijkheid uit. Bestuurders moeten zich af en toe laten bijpraten door hun collega’s. Als er ruis op die lijn zit of deze zelfs helemaal ontbreekt, dan moet de buitengesloten bestuurder daar iets mee. Het is niet genoeg dat binnen het bestuur een taakverdeling bestaat die Albert weghoudt van bedrijfseconomische beslissingen. Albert moet zelf bovendien dingen doen om schade te voorkomen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid
De rechter verlangt dus echt een actieve houding van elke bestuurder. Albert gaf dagelijks leiding op de werkvloer en liet de administratieve kant van de zaak lang links liggen. Als de relaties binnen het bedrijf helemaal verzuren, schakelt hij een accountant in om de boekhouding en jaarrekeningen te checken. Uiteindelijk rolt daar een rapport uit waar Albert zijn broer en vader mee om de oren slaat. Maar zo werkt het niet. Als vader en Jos dus al aansprakelijk zijn voor de schade van het bedrijf, dan is Albert dat zelf ook. Misschien kunnen die mannen dan onderling weer wat schade op elkaar afwentelen. Daar gaat echter nog wel een belangrijke stap aan vooraf.

Klachtplicht in het algemeen
Vader en Jos vinden namelijk dat Albert zijn klachtplicht schond. Wie iemand anders ergens op aanspreekt, moet dat immers wel snel genoeg doen. Daar is een algemene bepaling voor: ‘De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd.’ Dat is eigenlijk ook wel logisch. Die ander moet de kans krijgen om zich fatsoenlijk te verweren en mag er na verloop van tijd op vertrouwen dat alles goed is. Als een ontevreden klant na een jaar pas komt klagen dat zijn waterkoker bij aanschaf al flut was, dan kan de winkelier meestal wel roepen dat het te laat is om daar nog iets aan te doen.

Klachtplicht bij bedrijfsconflicten
Die plicht om binnen ‘bekwame tijd’ te protesteren, geldt volgens de rechter ook als een bedrijf het eigen bestuur aanspreekt. Wanneer valt het doek nou precies? Dat hangt uiteraard af van de situatie. De rechter zal in iedere zaak stap voor stap nalopen welke verwijten onder een claim liggen. Hier moppert Albert in zijn schaderapport bijvoorbeeld over foute facturatie bij een bouwklus van tien jaar geleden. Ook zwengelt hij weer een discussie aan over te hoge huur. Datzelfde onderwerp lag veertien jaar voordat het rapport verscheen al eens op tafel. Daarnaast valt Albert nog over een post in de jaarrekening uit het begin van dit millennium, waar de fiscus een decennium geleden al onderzoek naar deed. Verder stelt hij allerlei beloningen die vader en Jos vanaf medio jaren negentig opstreken aan de kaak. En zo gaat het nog een poosje door. Per schadepost bekijkt de rechter of Albert eerder iets had moeten doen. Met welgeteld één van de twaalf aantijgingen is hij nog net op tijd. Weg miljoen. Albert moet genoegen nemen met bijna achttienduizend euro.

Stelselmatig tekort doen
De rechter realiseert zich wel dat het soms oneerlijk is om al die kleinigheidjes los van elkaar te zien. Een hele stapel problemen verschiet immers ooit van kleur. Het totaal levert dan als het ware een ander verwijt op dan de som der delen. Het kan dus best zo zijn dat in de loop van een samenwerking steeds iets gebeurt, wat op het moment zelf te weinig opvalt of boeit om een rechtszaak te beginnen of zelfs maar te piepen. Pas als ergens tijdens de rit ‘blijkt van een samenhangende reeks van handelingen die duidt op het stelselmatig tekort doen van de vennootschap door de bestuurders’ start de termijn om een klacht te formuleren en uit te spreken.

Systematische benadeling
Bij deze aannemersfamilie was daar volgens de rechter geen sprake van. De rode draad is weliswaar dat vader en Jos zichzelf bevoordeelden ten koste van het bedrijf, maar daar lag geen systematische benadelingsmethode aan ten grondslag. Daarom had Albert telkens direct aan de bel moeten trekken. In plaats daarvan liet hij twintig jaar aan kritiek bundelen om zo met een goed verhaal in de rechtbank te verschijnen. Dat komt hem uiteindelijk duur te staan.

Klaag als bedrijf dus op tijd over een bestuur dat faalt. Dat mag iedereen ‘aannemen’ van Albert.

mr. Niek van de Pasch

mr. Niek van de Pasch

Niek legt zich vooral toe op het faillissementsrecht, huurrecht en arbeidsrecht, maar zijn liefde voor het vak straalt uit tot ver over de grenzen van deze rechtsgebieden.
mr. Niek van de Pasch

Recente blogs van mr. Niek van de Pasch (overzicht)

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
CLOSE