25/08/2019 01:46

Het recht om (door Google) vergeten te worden.

Iedere burger van de Europese Unie heeft het recht om te eisen dat persoonsgegeven worden verwijderd en dat verdere verspreiding ervan wordt tegengegaan. Dit vloeit onder meer voort uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, welke het recht op privacy beschermt.  Dat het vergeetrecht zorgt voor een conflict tussen twee fundamentele rechten uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zien we de laatste jaren steeds vaker. Aan de andere kant van het spectrum staat immers het recht op vrijheid van informatie, welke uit artikel 10 van hetzelfde verdrag kan worden gehaald.

In de zaak van Costeja Gonzáles vs. Google (Hof van Justitie C-131/12 Google Spain vs. Costeja Gonzáles) stonden deze twee mensenrechten tegenover elkaar bij het Europees Hof van Justitie. In 1998 wordt er op het onroerend goed van de Spanjaard Gonzáles wegens socialezekerheidsschulden beslag gelegd. In opdracht van het Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken wordt dit bekendgemaakt in het dagblad La Vanguardia. Wanneer de heer Gonzáles in 2009 zijn eigen naam op Google intypt, ziet hij een directe verwijzing naar dit krantenartikel. Hij wendt zich vervolgens eerst tot de Spaanse rechter en vervolgens tot het Hof van Justitie om deze verwijzing uit 1998 te laten verwijderen.

Het Hof oordeelt uiteindelijk in de bovenstaande zaak voor het eerst dat de privacyrechten uit art. 8 EVRM in beginsel voorrang hebben op het economisch belang van Google en het recht op informatie door internetgebruikers uit art. 10 EVRM. Het Hof onderbouwt haar afweging op basis van de Richtlijn bescherming persoonsgegevens.  Volgens het Hof hoeft daadwerkelijke schade niet te worden bewezen. Het verzoek van de klager is immers een subjectief verzoek. Of de gegevens juist of onjuist zijn is niet het belangrijkste criteria volgens het Hof.

De Nederlandse rechter heeft zich sinds 2014 meermaals moeten buigen over het vergeetrecht binnen de Europese Unie. De Hoge Raad heeft zich op 24 februari 2017 (HR 24-02-2017, NJB 2017, 565) uitgesproken over de maatstaven van het Gonzáles vs. Google arrest in Nederland.  Hierin heeft de Hoge Raad een arrest van het Hof Amsterdam vernietigd, omdat het Hof bij de vraag van de klager om informatie te laten verwijderen door Google onvoldoende heeft meegenomen dat het recht op privacy van het individu voorrang heeft op het recht op informatie. De vraag bij de Hoge Raad was of er een uitzondering gemaakt wordt bij mensen die zich schuldig gemaakt hebben aan een strafbaar feit. Dient iemand die de wet overtreedt te accepteren dat het publiek hierin geïnteresseerd is én zich hierover wil informeren ter bescherming? Het gerechtshof van Amsterdam oordeelde van wel. De Hoge Raad vindt dit echter niet vanzelfsprekend. Op de hoofdregel van het Gonzáles vs. Google arrest kan een uitzondering worden gemaakt volgens het Hof van Justitie voor publieke figuren. Die moeten volgens het Hof van Justitie accepteren dat over hun informatie op het internet circuleert. De Hoge Raad vindt dezelfde overweging, in tegenstelling tot de rechtbank en het gerechtshof, bij burgers die zich schuldig maken aan een strafbaar feit niet vanzelfsprekend.

De uitspraak van de Hoge Raad is de eerste keer dat het hoogste rechtsorgaan van Nederland zich over het vergeetrecht heeft uitgesproken. Tot op heden hadden de Nederlandse rechters de neiging om het recht op privacy en het recht op informatie even zwaar te wegen. Nu zegt de Hoge Raad, in lijn met het Hof van Justitie, dat bij een verwijderingsverzoek de privacy in beginsel zwaarder weegt. De Hoge Raad sluit daarmee niet uit dat het recht op informatie niet zwaarder kan wegen in een specifiek geval. De belangenafweging moet immers nog in iedere afzonderlijke zaak worden gemaakt.

Over de auteur
Deze blog is een bijdrage van mr. Drissen, naamgever van Juridisch Advies Drissen. Zijn kantoor heeft een brede juridische achtergrond en werkervaring in diverse rechtsgebieden waardoor er onder meer geadviseerd en geprocedeerd kan worden op het gebied van het arbeidsrecht, bestuursrecht, contracten- en aansprakelijkheidsrecht en het strafrecht.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
CLOSE