14/07/2020 11:50

Kritiek op functioneren rechtvaardigt geen ontbinding wegens verwijtbaar handelen

De kantonrechter Arnhem heeft op 17 januari 2018 een ontbindingsverzoek afgewezen, waarbij geoordeeld is dat door de werkgever de verkeerde ontslagreden gekozen is. De werkgever stelde klachten van klanten te ontvangen over het gedrag van de werknemer. Ook zou de werknemer zich niet houden aan de werkinstructies. Bij dergelijke achtergronden dient volgens de kantonrechter geen ontbinding wegens verwijtbaar handelen verzocht te worden, maar wegens disfunctioneren of eventueel wegens een verstoorde arbeidsverhouding.

De situatie:
De werknemer, die ruim 10 jaar in dienst is, bezoekt als monteur klanten van de werkgever. De werkgever verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden omdat zij klanten verliest of dreigt te verliezen als zij de werknemer in blijft zetten. De werknemer gedraagt zich naar haar oordeel namelijk slecht bij de klanten, geeft een onprettig gevoel en volgt de werkinstructies ondanks waarschuwing niet op.

De gekozen ontbindingsgrond:
Werkgever heeft aan haar ontbindingsverzoek artikel 7:669 lid 3 sub e BW ten grondslag gelegd.

“Onder een redelijke grond als bedoeld in lid 1 wordt verstaan:
e. verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren;”

Deze ontslaggrond wordt gewoonlijk gebruikt voor verwijtbare omstandigheden die niet direct onder één van de andere wettelijke ontslaggronden vallen. De werknemer is het niet eens met het ontbindingsverzoek en stelt dat sprake is van een valse of voorgewende reden. Hij verweert zich tegen ontbinding.

Het oordeel van de kantonrechter:
De kantonrechter volgt de werknemer in zijn verweer en wijst ontbinding af. Daarbij overweegt de kantonrechter nadrukkelijk dat dergelijke omstandigheden niet onder de ‘e-grond’ vallen:

“Het ligt op de weg van [werkgever] om de aan het ontbindingsverzoek ten grondslag liggende feiten te bewijzen. Hoewel door [werkgever] een bewijsaanbod is gedaan, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter zouden de gestelde feiten in het onderhavige geval, indien bewezen, immers niet tot het oordeel kunnen leiden dat er sprake is geweest van verwijtbaar handelen van [werknemer], laat staan van ernstig verwijtbaar handelen, zodanig dat de arbeidsovereenkomst dient te eindigen. De gestelde feiten zouden eerder duiden op beweerdelijk disfunctioneren van [werknemer] (d-grond), dan wel op een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). Nu [werkgever] haar ontbindingsverzoek uitdrukkelijk heeft beperkt tot de e-grond, leidt dat tot de conclusie dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden afgewezen.”

Het omzeilen van de strenge voorwaarden voor ontslag wegens disfunctioneren (d-grond), zoals het verbetertraject en de dossieropbouw, via een beroep op de e-grond is niet mogelijk. In het ontbindingsverzoek wordt één ontbindingsgrond gekozen.

Lees hier de beschikking van de rechter.

mr. Roland de Graauw

mr. Roland de Graauw

Jurist arbeidsrecht bij De Graauw Legal Services
Wij zijn een informeel en laagdrempelig juridisch advieskantoor dat volledig gespecialiseerd is in vaststellingsovereenkomsten.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
SLUIT