25/08/2019 00:55

Woningcorporaties mogen inkomensverklaringen gebruiken

De rechtbank Den Haag heeft op 10 januari 2018 uitspraak gedaan in een door de Woonbond gestarte procedure betreffende de inkomensafhankelijke huurverhoging. Inzet van de procedure was het onrechtmatig verklaren van het gebruik van de voor en na 1 april 2016 door de inspecteur van de Belastingdienst verstrekte inkomensverklaringen ten behoeve van inkomensafhankelijke huurverhogingen.

De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:171, waarbij VBTM Advocaten Aedes en Woningstichting De Key bijstond, is hier terug te vinden. De rechtbank concludeert dat De Key niet onrechtmatig gehandeld heeft door gebruik te maken van de aan haar verstrekte inkomensverklaringen. De Woonbond is in haar vorderingen ten opzichte van Aedes wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaard.

Aanleiding
Aanleiding voor de procedure was een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:253). In deze uitspraak overwoog de Afdeling dat het verstrekken van inkomensverklaringen als bedoeld in artikel 7:252a BW door de inspecteur van de Belastingdienst plaatsvond in strijd met artikel 67 Awr (de fiscale geheimhoudingsplicht), omdat daarvoor onvoldoende wettelijke basis bestond.

Op 1 april 2016 is de wet gewijzigd en artikel 7:252a lid 3 BW luidt sindsdien als volgt: ‘‘De inspecteur verstrekt op verzoek van een verhuurder een verklaring omtrent het huishoudinkomen aan de verhuurder’’.

Uitspraak
De rechtbank overweegt in de uitspraak van 10 januari 2018 dat er sinds de wetswijziging een voldoende wettelijke grondslag was om de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr te doorbreken. Dit brengt met zich mee dat de inspecteur van de Belastingdienst sinds 1 april 2016 inkomensverklaringen mocht verstrekken aan verhuurders die een inkomensafhankelijke huurverhoging door wilden voeren.

Voor woningcorporaties is een aantal andere overwegingen van de rechtbank ook van belang (rechtsoverwegingen 4.43 tot en met 4.46). De rechtbank oordeelt namelijk dat De Key niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar huurders door de voor 1 april 2016 (zonder toereikende wettelijke grondslag) afgegeven inkomensverklaringen op te vragen en te gebruiken. De woningcorporatie mocht er volgens de rechtbank vanuit gaan dat de inkomensverklaringen die zij tot 1 april 2016 ontving, rechtmatig verstrekt waren en dat zij deze kon gebruiken voor het voorstellen en doorvoeren van een inkomensafhankelijke huurverhoging.

Uit de uitspraak van de rechtbank kan geconcludeerd worden dat woningcorporaties niet onrechtmatig hebben gehandeld door voor 1 april 2016 gebruik te maken van de (zonder voldoende wettelijke grondslag) aan haar verstrekte inkomensverklaringen. Na 1 april 2016 is volgens de rechtbank sprake van een voldoende wettelijke basis voor de verstrekking van de inkomensverklaringen door de inspecteur van de Belastingdienst, zodat de onrechtmatigheidsvraag nadien geen rol meer speelt.

Over de auteur
Deze blog is een bijdrage van mr. Rogier Goeman, advocaat bij VBTM Advocaten in Best, Woerden en Rotterdam. Het kantoor is gespecialiseerd in vastgoed en werkt vooral voor woningcorporaties. Rogiers expertise ligt in het bijzonder op de gebieden huurrecht (zowel woonruimte als bedrijfsruimte), volkshuisvestingsrecht, de algemene civiele (vastgoed)praktijk en het privacyrecht. Naast het adviseren en procederen verzorgt Rogier ook regelmatig cursussen op het gebied van het huurrecht, vastgoedrecht, huurincasso/WSNP en privacy/gegevensbescherming.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
CLOSE