23/11/2019 03:55

Goede vertegenwoordiging in de zorg is geen abc-tje

“In de praktijk blijkt dat goede vertegenwoordiging voor een groot deel afhangt van relationele aspecten, goede communicatie, betrokkenheid, aandacht en de band tussen de vertegenwoordiger en de patiënt,” zo constateert de Gezondheidsraad in haar advies over goede vertegenwoordiging van 21 mei 2019.

Vertegenwoordiging raakt aan kwaliteit van zorg en leven van de patiënt1. Het draait om het behartigen van zijn belangen. Een stem geven aan zijn intenties, voorkeuren en verlangens. Tegelijkertijd moet het medische belang worden meegewogen. Voor goede vertegenwoordiging is communicatie cruciaal. Niet alleen tussen vertegenwoordiger en patiënt, maar ook tussen vertegenwoordiger en zorgverlener.

Uit het onderzoek van de Gezondheidsraad blijkt dat artsen belang hechten aan goede vertegenwoordiging en zij zich verantwoordelijk voelen voor het proces. Artsen nemen vertegenwoordigers serieus en zijn in veel gevallen bereid om mee te denken met vertegenwoordigers zo lang het medische welzijn van de patiënt niet teveel in het geding komt.

Goede vertegenwoordiging kan tegenover goed hulpverlenerschap komen te staan als een vertegenwoordiger bijvoorbeeld een beslissing wil nemen die een arts medisch gezien niet de juiste vindt. Er kunnen dan complexe situaties ontstaan, die voor beide partijen frustrerend kunnen zijn. De Gezondheidsraad en de minister van VWS constateren dat de spanningen die ontstaan een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van zorg voor de patiënt.

Vertegenwoordiging is met name van belang wanneer een patiënt feitelijk wilsonbekwaam ter zake is. Wanneer de patiënt niet in staat is zijn eigen belangen te overzien en daardoor geen adequate keuzes kan maken. Deze situatie kan tijdelijk of permanent zijn. Daarnaast kan de mate van onbekwaamheid verschillen. De meeste juristen zijn van mening dat wanneer de patiënt op enig moment wel in staat is weer eigen beslissingen te nemen, de vertegenwoordiger geen beslissingsbevoegdheid heeft. Alleen wanneer de patiënt wilsonbekwaam is neemt de vertegenwoordiger de beslissingen. Maar niet iedereen denkt hier hetzelfde over.

Sommige juristen staan op het standpunt dat de vertegenwoordiger op zijn minst altijd bij de besluitvorming betrokken moet worden. Anderen gaan nog verder en stellen dat ook als de patiënt wilsbekwaam is het aan de vertegenwoordiger is om de beslissing te nemen. De onenigheid over de reikwijdte van de beslissingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger vloeit onder andere voort uit de angst dat de zorgverlener de vertegenwoordiger buitenspel kan zetten door de patiënt wilsbekwaam te achten. Los van de gegrondheid van deze angst: is de reikwijdte van de beslissingsbevoegdheid veranderen dan de wenselijke oplossing? Deze discussie is niet los te zien van het feit dat voor goede vertegenwoordiging communicatie met de cliënt en de zorgverlener het hoogste goed is. Een goede communicatie tussen cliënt, vertegenwoordiger en zorgverlener kan zorgen voor meer wederzijds vertrouwen en onnodig gespannen situaties voorkomen.

Iemand vertegenwoordigen behelst meer dan het af en toe nemen van een behandelbeslissing. Het vraagt om een actieve houding. Om communiceren, signaleren en informeren. Om het verplaatsen in de patiënt zelf en diens belangen, en het blijven betrekken van de patiënt bij de vertegenwoordigingstaak. Het moet voor elke vertegenwoordiger, curatoren en mentoren maar ook gemachtigden en familievertegenwoordigers, duidelijk zijn welke bevoegdheden hij heeft en vooral ook hoe hij zijn veelomvattende taak goed kan uitvoeren. Dit vraagt om heldere kwaliteitseisen en uitgangspunten van goede vertegenwoordiging waar ook zorgverleners op kunnen wijzen in het contact met de vertegenwoordiger. Voor gemachtigden en familievertegenwoordigers zijn geen wettelijke kwaliteitseisen zoals die voor mentoren in artikel 4 van het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Het is ook de vraag of dat wenselijk is gezien de drempel die dit opwerpt voor mantelzorgers. Maar het ontbreken van wettelijke kwaliteitseisen betekent niet dat er geen steun kan worden gezocht bij deze kwaliteitseisen.

Het is belangrijk dat er vroegtijdig een goede communicatieve basis wordt gelegd tussen patiënt, vertegenwoordiger en zorgverlener. Een goede onderlinge communicatie kan zorgen voor meer wederzijds vertrouwen en onnodig gespannen situaties voorkomen. Zorgverleners en vertegenwoordigers proberen vanuit een andere invalshoek de belangen van de patiënt te behartigen. Een gedegen relatie tussen vertegenwoordiger en zorgverlener brengt met zich mee dat er openheid is en ruimte bestaat voor meningsverschillen. De overwegingen vanuit deze verschillende perspectieven worden vervolgens in ieder geval goed gewogen voordat een besluit wordt genomen. Op die manier kan zo goed mogelijk recht worden gedaan aan de belangen van de patiënt.

Welke knelpunten uiteindelijk optreden in de relatie tussen patiënt, vertegenwoordiger en zorgverlener is van tevoren soms moeilijk te voorspellen. Een goede start maken is echter iets dat men in eigen hand heeft. Bespreek bij aanvang de wederzijdse verwachtingen en maak de verhoudingen duidelijk. Spreek af om met enige regelmaat te evalueren. Weet dat er de gedeelde doelstelling is om de kwaliteit van zorg voor de patiënt te waarborgen. Idealiter ontstaat dan niet alleen tussen vertegenwoordiger en patiënt, maar ook tussen vertegenwoordiger en zorgverlener een vertrouwensrelatie.

1 Met patiënt wordt hierna ook cliënt bedoeld.

Over de auteurs
Deze blog is een bijdrage van mr. C. Pouwels en mr. Danielle Kikken van BOUF legal. Vanuit de juridische wortels van BOUF Legal heeft het bedrijf zich ontwikkeld tot een breed samengesteld team dat juridische en bestuurlijke vraagstukken in de zorg en het sociaal domein in de volle breedte en diepte kan overzien.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
SLUIT