16/10/2019 02:06

Misbruik maken van turboliquidatie door hof afgestraft

Eerder deze maand besprak advocaat Martijn Kesler in een blog een uitspraak waarin een schuldeiser een bestuurder aansprakelijk houdt voor de gevolgen van een turboliquidatie. In die zaak oordeelde de Kantonrechter dat de keuze van de bestuurder voor turboliquidatie terecht was. In dit blog wordt een soortgelijke casus besproken waar het ook gaat om de vraag of de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld door de vennootschap te liquideren via turboliquidatie. Het hof komt hier echter tot een geheel ander oordeel. Advocaat ondernemingsrecht Hidde Reitsma bespreekt de uitspraak.

Exploitatie BV overgedragen aan nieuwe BV
De feiten in deze casus waren als volgt. BV Oud exploiteert een uitvaartonderneming. Bij vonnis is zij veroordeeld om € 170.000 aan Crediteur te betalen. BV Oud betaalt echter niet. Dan wordt BV Nieuw opgericht door de bestuurders van BV Oud. Een maand later wordt BV Oud ontbonden via de weg van turboliquidatie: BV Oud houdt op te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig waren. De uitvaartonderneming is op diezelfde dag overgedragen aan BV Nieuw.

Bestuurders aansprakelijk voor schade crediteur?
De crediteur bleef achter met lege handen. Hij begon een rechtszaak en vorderde schadevergoeding van o.a. de (indirect) bestuurders op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De crediteur voert aan dat door de exploitatie van de winstgevende uitvaartonderneming in BV Oud te beëindigen en deze exploitatie voor te zetten in BV Nieuw, de inkomstenbron van BV Oud is opgedroogd. Hierdoor kan de schuld aan de crediteur niet meer worden voldaan. Partijen hebben deze keuze gemaakt enkel om de verhaalsmogelijkheden van de crediteur te frustreren, aldus de crediteur.

Bestuurdersaansprakelijkheid: persoonlijk ernstig verwijt
Als een schuldeiser van een BV is benadeeld door het onbetaald en onverhaalbaar bijven van zijn vordering, kan de bestuurder van de BV hiervoor aansprakelijk worden gehouden. De bestuurder moet dan wel persoonlijk een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Bijvoorbeeld als de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor schade.

Hof: BV zonder noodzaak ontbonden
Het hof vindt dat in deze zaak niet is gebleken van bedrijfseconomische redenen om BV Oud te liquideren en de exploitatie van de uitvaartonderneming voor te zetten in BV Nieuw. Aan het bestaan van BV Oud is zonder noodzaak een einde gemaakt, aldus het hof. Weliswaar waren er geen baten meer maar dat komt omdat BV Oud vlak voor de ontbinding bepaalde schuldeisers heeft voldaan en voorts heeft meegewerkt aan onverplichte onttrekkingen uit het vermogen door de aandeelhouders/bestuurders. De liquidatie heeft tot gevolg gehad dat deze vennootschap haar verplichtingen aan de crediteur niet is nagekomen en ook geen verhaal heeft geboden. De (indirecte) bestuurders wisten dat dit het gevolg zou zijn en het mag worden aangenomen dat dit gevolg ook beoogd was. Er is dan ook voldoende grond om hen persoonlijk aansprakelijk te houden wegens onrechtmatige daad.

Advocaat bestuurdersaansprakelijkheid
Deze casus had een geheel andere uitkomst dan de vorige blog over dit onderwerp. De doorslag in de andere zaak was dat er daar echt geen baten meer te verwachten waren. De keuze om de vennootschap te ontbinden was volgens de kantonrechter dus gerechtvaardigd. In deze zaak waren er nog wel baten te verwachten als BV Oud niet zou zijn ontbonden. Er was immers een goedlopende onderneming en de crediteur had -eventueel in termijnen- voldoende mogelijkheid om zijn vordering al dan niet grotendeels te verhalen op (toekomstige) winst. De bestuurders wilden simpelweg deze verhaalsmogelijkheden frustreren. Terecht is het hof hier opgetreden tegen misbruik van de turboliquidatie mogelijkheid.

mr. Hidde Reitsma

mr. Hidde Reitsma

Advocaat bij AMS Advocaten
Hidde Reitsma studeerde Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 2002 advocaat. Het zwaartepunt van zijn praktijk ligt op het ondernemingsrecht en het insolventierecht en Hidde procedeert regelmatig bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
SLUIT