16/10/2019 02:20

Vrouw haalt bakzeil in procedure tegen Belastingdienst om inzet social media en het urencriterium zelfstandige

Een vrouw die samen met haar man een hard- en softwarebedrijf runt boekte in 2016 900 uren in als werkuren die ze besteedde aan het bijhouden van (social) media. Ze stelt dat zij via social media diverse hashtags op Twitter en verschillende ondernemersgroepen op Facebook volgt en namens haar bedrijf reageert. Reactiesnelheid op de diverse uitingen is voor hun onderneming van groot belang. Belangrijk detail in deze kwestie is dat de vrouw tijdens de werkzaamheden voor haar bedrijf in loondienst is van een stichting maar is vrijgesteld van werk (vaststellingsovereenkomst) en ook nog bij een ander bedrijf gedeeltelijk werkzaam is.

Belastingdienst
De Belastingdienst kijkt anders naar de urenverantwoording en vindt dat de vrouw op geen enkele wijze aannemelijk maakt dat ze deze uren daadwerkelijk aan het bedrijf heeft besteed. De overgelegde specificaties met daarin 900 uren social media zijn onvoldoende gespecificeerd of onderbouwd. Om in aanmerking te komen voor zelfstandigenaftrek dienen ondernemers te voldoen aan een urencriterium (artikel 3.76 van de Wet IB 200). Op dit moment hanteert de Belastingdienst de norm van 1225 uur per kalenderjaar.

Beslissing
De rechtbank twijfelt er niet aan dat de vrouw dagelijks veelvuldig gebruik maakt van diverse social media. Maar de rechter gelooft niet dat alle 900 uren (social) mediagebruik als werkzaamheden voor de onderneming zijn aan te merken. De vrouw maakt namelijk op geen enkele wijze aannemelijk dat dit gebruik – tot het aantal door haar gestelde uren – betrekking heeft op werkzaamheden voor de met haar man gerunde VOF.

De rechtbank weegt bij de beslissing mee dat de vrouw tijdens de zitting zitting over de aard van dit ‘zakelijk’ gebruik van social media slechts in zeer algemene bewoordingen iets heeft gesteld. Dit terwijl de totale omvang van deze werkzaamheden – een stelpost van 3 uur per dag gedurende 300 dagen – nagenoeg 2/3 deel van haar totale werkzaamheden uitmaakt. De rechter oordeelt dan ook dat de door de vrouw aan social media besteede uren niet mogen meetellen voor het urencriterium.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2019:3451

Redactie

Redactie

Onze redactie houdt je dagelijks op de hoogte van actuele en relevante juridische ontwikkelingen, uitpraken en nieuws.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




SLUIT
SLUIT